6.1.10

William Shakespeare. Richard III. London: BBC, 1983.

William Shakespeare. Richard III De hel, dat zijn de anderen schreef Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken (Huis Clos), en daarmee beweerde hij het omgekeerde van wat Shakespeare volgens mij met Richard III probeert te laten zien: de hel, dat is als er geen anderen meer zijn. Wanneer je zo door en door verdorven bent als Richard, wanneer je zo nooit aan wie dan ook laat zien wie je werkelijk bent, maar met iedereen een geniaal spelletje speelt — wanneer je de vrouw van iemand die je vermoord hebt verleidt, de man die zich voor je heeft ingezet negeert zodra je eenmaal gewonnen hebt, je eigen familie onder het mom van liefde laat vermoorden - dan ben je op het eind alleen met je eigen angsten.

Ik weet niet of er weleens een geleerde is geweest die heeft gezegd dat Richard III eigenlijk een pleidooi is voor de biecht. Hoe slecht ook de dingen zijn die je gedaan hebt, je moet biechten, vooral ook om in contact te blijven met de realiteit, met de anderen, om jezelf niet te verliezen in een voortgaande spiraal van steeds meer achterdocht en steeds meer geweld.

Richard III leeft in een wereld die hijzelf vormgegeven heeft, een wereld waarin iedereen elkaar haat en met minachting bejegent. Het toneelstuk is een lange rij van bittere klachten en woede-uitbarstingen, waarbij de enige zoete woorden komen van Richard zelf, die er overduidelijk niets van meent.

Op het eind komt het allemaal goed met Engeland, en dat is misschien een beetje jammer. Maar de man die zo alleen was, is dood.

Geen opmerkingen: