Doorgaan naar hoofdcontent

Willem Frederik Hermans. Nooit meer slapen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2008 (1966).

Willem Frederik Hermans. Nooit meer slapen.

Ik ken wel meer mensen die Nooit meer slapen aanbevelen aan beginnende promovendi. Alfred Issendorf, de held van deze moderne Aeneis, heeft zoveel tegenslag dat de moeilijkheden van de gemiddelde taalkundige promovendus welbeschouwd nog wel meevallen. Bovendien kun je je afvragen of veel van die problemen niet welbeschouwd aan Issendorf zelf te wijten zijn. Dat is iets waar je weinig over leest in de Nooit meer slapen-kundige literatuur, maar in het boek vraagt Issendorf zich wel degelijk af of hij niet meer lichamelijk had moeten trainen en de luchtkaarten van het gebied vantevoren thuis had moeten bestuderen, in plaats van op de bonnefooi naar het hoge noorden af te reizen.

Omdat R. het boek nu in vertaling aan het lezen was, heb ik eerst een aantal hoofdstukken Beyond Sleep gelezen, en ben daarna teruggegaan naar het Nederlandse origineel op mijn e-lezer. De Engelse versie blijkt overigens de toon van dat origineel heel goed te vatten, al viel me nu ook iets op dat je toch als een gebrek van Hermans' stijl kunt opvatten: de brokkeligheid, de korte zinnen die in onze literatuur wel voor 'leesbaar' doorgaan, maar die af en toe toch ook wel doen verlangen naar een passage die iets meer durft te meanderen. Merkwaardig is daarbij dat de hoofdpersonen, vooral de mannen die gezamelijk de expeditie ondernemen, zo welbespraakt zijn.

Het was minstens de derde keer dat ik Nooit meer slapen gelezen heb, en ik zal het blijven aanraden, aan promovendi, en aan buitenlanders die de Nederlandse literatuur willen leren kennen. Het is aan de ene kant zo helder als glas, en uiteindelijk ook mysterieus. De schrijver klinkt net zo cerebraal als zijn hoofdpersonen en cirkelt tegelijk om onbeantwoorde vragen heen zoals die over de plaats van de mens in het heelal. Het is niet voor niets dat Wittgenstein met instemming wordt geciteerd - zijn vorm van rationeel zijn over de mystiek is ook kenmerkend voor Nooit meer slapen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…