Doorgaan naar hoofdcontent

Astrid Lindgren. Pippi Langkous. Amsterdam: Ploegsma, 2009 (1945-1948)

Astrid Lindgren. Pippi Langkous Pippi Langkous is te sterk voor mij. Dat dacht ik lang terwijl ik haar avonturen na lange, lange jaren weer eens aan het herlezen was. Haar karakter is onweerstaanbaar: haar onversaagdheid, haar doorzettingsvermogen, haar moed en haar levenslust maken haar een van de mooiste karakters uit de twintigste eeuw. Maar daarnaast is ze zo sterk als een superheld: ze tilt haar paard met één arm op en ze gooit boeven die haar belagen een paar meter de lucht in, en dat doet afbreuk aan die karaktereigenschappen, vond ik. Als je zo sterk bent, is het niet zo moeilijk om dapper te zijn.

Een paar maanden geleden heb ik toevallig de Nederlandse musicalversie gezien, met mijn neefje en nichtje, en daarin is Pippi ook niet zo sterk. Misschien is dat om praktische redenen - zie maar eens een boef drie meter de lucht in te gooien in het theater - maar misschien hadden de scenarioschrijvers ook hetzelfde gevoel, dat het jammer is dat Pippi zo sterk was.

Maar terwijl ik vorderde in Pippi's avonturen, begon ik erover na te denken: waarom zou het wel jammer zijn dat een personage heel sterk is, maar niet dat ze heel slim is, of dat ze de beschikking heeft over een eindeloze verzameling gouden munten, of zelfs dat ze geen enkel probleem heeft met eenzaamheid of anders zijn dan anderen?

Pippi Langkous is een sprookje waarin niet eens alles aan het eind hoeft goed te komen, omdat het allemaal de hele tijd al goed is. "Ik richt de wereld in, diedeldoedel naar mijn eigen zin." Pippi kan dat omdat ze zo sterk en rijk en slim is. Ze mag dat omdat ze zo origineel en sprankelend is.

Reacties

Koen zei…
Toevallig vanavond een Pippi-DVD gekeken met mijn dochter en uiteraard alles herkenbaar. Te sterk, te onafhankelijk en zo maar dochter schaterde het uit dus ik dacht vooral; ontwapenend!

groet,

Koen

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…