10.4.10

Astrid Lindgren. Pippi Langkous. Amsterdam: Ploegsma, 2009 (1945-1948)

Astrid Lindgren. Pippi Langkous Pippi Langkous is te sterk voor mij. Dat dacht ik lang terwijl ik haar avonturen na lange, lange jaren weer eens aan het herlezen was. Haar karakter is onweerstaanbaar: haar onversaagdheid, haar doorzettingsvermogen, haar moed en haar levenslust maken haar een van de mooiste karakters uit de twintigste eeuw. Maar daarnaast is ze zo sterk als een superheld: ze tilt haar paard met één arm op en ze gooit boeven die haar belagen een paar meter de lucht in, en dat doet afbreuk aan die karaktereigenschappen, vond ik. Als je zo sterk bent, is het niet zo moeilijk om dapper te zijn.

Een paar maanden geleden heb ik toevallig de Nederlandse musicalversie gezien, met mijn neefje en nichtje, en daarin is Pippi ook niet zo sterk. Misschien is dat om praktische redenen - zie maar eens een boef drie meter de lucht in te gooien in het theater - maar misschien hadden de scenarioschrijvers ook hetzelfde gevoel, dat het jammer is dat Pippi zo sterk was.

Maar terwijl ik vorderde in Pippi's avonturen, begon ik erover na te denken: waarom zou het wel jammer zijn dat een personage heel sterk is, maar niet dat ze heel slim is, of dat ze de beschikking heeft over een eindeloze verzameling gouden munten, of zelfs dat ze geen enkel probleem heeft met eenzaamheid of anders zijn dan anderen?

Pippi Langkous is een sprookje waarin niet eens alles aan het eind hoeft goed te komen, omdat het allemaal de hele tijd al goed is. "Ik richt de wereld in, diedeldoedel naar mijn eigen zin." Pippi kan dat omdat ze zo sterk en rijk en slim is. Ze mag dat omdat ze zo origineel en sprankelend is.

1 opmerking:

Koen zei

Toevallig vanavond een Pippi-DVD gekeken met mijn dochter en uiteraard alles herkenbaar. Te sterk, te onafhankelijk en zo maar dochter schaterde het uit dus ik dacht vooral; ontwapenend!

groet,

Koen