Doorgaan naar hoofdcontent

Berthe Meijer. Leven na Anne Frank. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010.

Berthe Meijer. Leven na Anne Frank De naam Berthe Meijer leverde in mijn familie vroeger altijd discussie op. Sommigen waren dol op haar en haar recepten, andere vonden haar te elitair. Hoewel ik er weinig vanaf wist, heb ik me altijd een beetje tot de laatste richting bekend, mevrouw Meijer stond voor mij voor veel te ingewikkelde en zware chocoladetaarten.

Nu heeft ze een boek geschreven dat ik nooit ga vergeten. Berthe Meijer heeft als kind in Bergen-Belsen gezeten, en later van haar psychiater geleerd dat een van de trauma's voor oorlogsslachtoffers is dat ze in de gewone wereld moeten leven. Over dat trauma is maar weinig geschreven; dit boek geeft er een aangrijpend verslag van. Hoe kun je een normaal leven leiden als je als kind tussen de stapels lijken gedoold hebt? Hoe kun je in een later leven ooit nog onbekommerd in een trein of vliegtuig stappen? Waarom zou je je niet vol pillen stoppen?

Het boek heet Leven na Anne Frank, onder andere omdat de familie Meijer bevriend was met de familie Frank. Anne heeft nog met de moeder van Berthe gedanst, aan het begin van de oorlog, en in het kamp heeft Anne, doodziek, nog een sprookje verteld aan de jongere Berthe.

Op het oog heeft Meijer zich goed staande gehouden. Hoewel ze haar jeugd na het kamp vooral doorbracht in een joods weeshuis waar naar haar zeggen heel slecht gegeten werd, is ze een van de belangrijkste culinair journalisten geworden, met een rubriek in NRC Handelsblad, een tv-programma, een populair kookboek, en noem maar op. Maar pas als je dit boek leest begrjip je wat een leed er is meegetorst.

Dat is niet eens doordat de stijl zo verbluffend is, want dat is hij niet (het is natuurlijk al ongelooflijk knap dat iemand zo leesbaar over zoveel onmenselijks kan schrijven). De structuur van het geheel houdt ook al niet over, er worden veel dingen twee keer gezegd, terwijl andere weer niet worden uitgelegd. Maar het komt door de ontwapenende eerlijkheid van mevrouw Meijer, haar interesse voor haar medemens - die bijvoorbeeld ontroerende portretten oplevert van buurman Gerard Reve en minnaar Ischa Meijer - en haar humor. Misschien moet ik toch eens een lekkere chocoladetaart bakken.

Reacties

Anoniem zei…
exact, ik vond het een slecht geschreven boek maar ging er in sneltreinvaart doorheen. Het onbegrijpelijke werd tastbaar gemaakt door mevrouw Meijer.
Ik vind het fantastisch dat ze alles zo heeft kunnen opschrijven en hulde aan het feit dat er geen ghostwriter aan te pas is gekomen.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …