Doorgaan naar hoofdcontent

Fyodor Dostoyevsky. The Idiot. Feedbooks, 2008 (1868-1869)

F.M. Dostojewski

Vertaling: Eva M. Martin

Een klassiek boek lees je nooit alleen, ik in ieder geval niet, die mijn mond kan houden en altijd wel aan iemand vertel wat ik nu aan het lezen ben. Bij klassiekers is de kans dan vrij groot dat je gesprekspartner dat boek dan al gelezen heeft, en je er iets over vertelt. Zoals je klassiekers ook op internet kunt opzoeken en dan vindt wat anderen er over gelezen had.

Mijn collega B. vertelde me dat hij zich een scene herinnerde waarin iemand een toespraak houdt waarin hij zegt dat de Katholieke Kerk slecht is, een pervertering van de Orthodoxe, maar dat de atheïsten nog slechter zijn, en dat de socialisten het allerslechtst waren. B. had zich altijd afgevraagd hoe de communisten dat vonden, voor wie Dostojevski de grote Russische schrijver was.

Op de Engelse Wikipedia las ik dat een schilderij van Holbein heel belangrijk was, een schilderij met de van het kruis genomen Jezus, dat menigeen doet twijfelen aan het geloof.

De idioot gaat over een jonge Russische prins die jarenlang in het buitenland verbleven heeft omdat hij ziek was (en als geestelijk ziek beschouwd werd). Hij keert terug en blijkt een reine ziel te zijn, die met iedereen het beste voorheeft en daardoor min of meer ten onder gaat aan de verrotting in die samenleving.

De toespraak die B. zich herinnerde komt inderdaad min of meer zo voor in het boek, ergens achteraan. Ook het schilderij van Holbein wordt beschreven. Ik weet niet of die twee passages zo'n grote indruk op me hadden gemaakt als ze er niet door anderen voor me waren uitgepikt. En niemand had me voorbereid op het magistrale slot van het boek. De prins is eigenlijk verliefd op de ene jongedame, maar kan uit de goedheid van zijn hart niet een andere, gevallen, vrouw, te laten vallen. Aan het eind van de twee boeken is er een confrontatie tussen de twee vrouwen die werkelijk hoort bij het mooiste dat ik ooit gelezen heb. Maar dat hadden anderen dus misschien niet zo gezien.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…