Doorgaan naar hoofdcontent

Ian Buruma. Grenzen aan de vrijheid. Van De Sade tot Wilders. Stichting Maand van de Filosofie, 2010

Ian Buruma. Grenzen aan de vrijheid. Van De Sade tot Wilders Vroeger ging de Nederlandse schrijver en journalist Ian Buruma weleens lunchen met de beroemde Britse filosoof Isaiah Berlin. Een van de dingen die IB1 inspirerend vond van IB2 was dat deze zich niet wentelde in zijn eigen gelijk. Berlin was als denker duidelijk door de Verlichting geïnspireerd, maar hij vond het boeiender om zich daarom bezig te houden met tegenstanders: "Denkers van de contra-Verlichting zoals De Maistre, Hamann en Vico waren allesbehalve domoren, en in hun theorieën kon je tenminste je tanden zetten".

Buruma zegt dat om een reden — zijn boodschap is dat we moeten streven naar de vrijheden die de Verlichting ons aan de hand heeft gedaan, maar dat we daarbij geen fundamentalisten moeten worden. Behalve over geweld valt over alles te marchanderen, zegt hij, iedere vrijheid heeft altijd zijn beperkingen gekend die we voortdurend met elkaar in de samenleving moeten zien af te spreken: "als een geloof in westerse waarden zich verhardt tot een dogma en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien hoe ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe".

Wat mij een beetje stoort, is dat Buruma daarbij af en toe een sneer uitdeelt naar Wilders en 'de vrienden van Theo van Gogh' die dus wel dogmatisch vrijheidslievend zijn. Ik denk dat bijna iedere lezer die opvatting met Buruma zal delen, zeker over Wilders. Ik ook hoor, mij hoor je daar niet over. Maar er zit daardoor een zwart-wit-tegenstelling in het boekje dat niet hoort in een pleidooi voor de nuance. Het had beter gewerkt als Wilders en de zijnen hoffelijk terzijde waren geschoven - als Ian Buruma de intellectuele en morele kracht van Isaiah Berlin had getoond.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…