Doorgaan naar hoofdcontent

Ian Buruma. Grenzen aan de vrijheid. Van De Sade tot Wilders. Stichting Maand van de Filosofie, 2010

Ian Buruma. Grenzen aan de vrijheid. Van De Sade tot Wilders Vroeger ging de Nederlandse schrijver en journalist Ian Buruma weleens lunchen met de beroemde Britse filosoof Isaiah Berlin. Een van de dingen die IB1 inspirerend vond van IB2 was dat deze zich niet wentelde in zijn eigen gelijk. Berlin was als denker duidelijk door de Verlichting geïnspireerd, maar hij vond het boeiender om zich daarom bezig te houden met tegenstanders: "Denkers van de contra-Verlichting zoals De Maistre, Hamann en Vico waren allesbehalve domoren, en in hun theorieën kon je tenminste je tanden zetten".

Buruma zegt dat om een reden — zijn boodschap is dat we moeten streven naar de vrijheden die de Verlichting ons aan de hand heeft gedaan, maar dat we daarbij geen fundamentalisten moeten worden. Behalve over geweld valt over alles te marchanderen, zegt hij, iedere vrijheid heeft altijd zijn beperkingen gekend die we voortdurend met elkaar in de samenleving moeten zien af te spreken: "als een geloof in westerse waarden zich verhardt tot een dogma en vrijheid wordt gehanteerd als een vorm van absolutisme, dan zullen we zien hoe ook de beste ideeën eindigen in een catastrofe".

Wat mij een beetje stoort, is dat Buruma daarbij af en toe een sneer uitdeelt naar Wilders en 'de vrienden van Theo van Gogh' die dus wel dogmatisch vrijheidslievend zijn. Ik denk dat bijna iedere lezer die opvatting met Buruma zal delen, zeker over Wilders. Ik ook hoor, mij hoor je daar niet over. Maar er zit daardoor een zwart-wit-tegenstelling in het boekje dat niet hoort in een pleidooi voor de nuance. Het had beter gewerkt als Wilders en de zijnen hoffelijk terzijde waren geschoven - als Ian Buruma de intellectuele en morele kracht van Isaiah Berlin had getoond.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…