Doorgaan naar hoofdcontent

Rainer Maria Rilke. Neue Gedichte Erster Teil. Text-log-de 2008 (1907)

Rainer Maria Rilke. Neue Gedichte Rilke durfde ik bijna niet meer te lezen. Op de middelbare school vond ik zijn werk al zo verpletterend mooi, dat ik me afvroeg of dat wel mocht, of zijn werk eigenlijk niet bijvoorbeeld kitscherig was, zodat je uitgelachen zou worden als je ermee voor de dag zou komen.

Inmiddels ben ik 25 jaar ouder en heb veel andere dingen gelezen. De vraag was nu dus geworden of die jongere ik wel bij zijn oudere zelf voor de dag kon komen met deze voorkeur. Ik ken een aantal gedichten van Rilke geheel of gedeeltelijk uit mijn hoofd, en die zeg ik nog wel eens voor mezelf op, en dat is natuurlijk wel een toetssteen. Aan de andere kant kun je een gedicht dat je uit je hoofd kent nauwelijks nog beoordelen.

En zo begon ik aan de Neue Gedichte Erster Teil, indertijd mijn lievelingsbundel, die trouwens niet als e-book te vinden is op internet: ik heb hem zelf samengesteld van de losse gedichten die wel op internet te vinden zjin en op mijn lezer gezet omdat ik wist dat er een dag zou komen waarop ik er behoefte aan zou hebben. En die dag kwam op Goede Vrijdag, en Rilke stelde niet teleur.

Wat is er zo mooi aan Rilke? Allereerst is er iets ongrijpbaar muzikaals, met zijn rijm en zijn enjambement en de talloze herhalingen van woorden, vooral dat laatste, die herhalingen van woorden die een tekst altijd wat traags geven, wat traags en melancholisch.

Op het eerste gezicht is het eigenaardig dat er in de gedichten geen sprake is van muziek, maar wel van visuele kunsten zoals schilderkunst, architectuur en dans. Op een bepaald moment viel me op dat er alleen geen sprake is van beweging. Als er gedanst wordt, dan gebeurt dat in een kringetje, zoals ook de beroemde panter kringetjes draait en een ander gedicht gaat over een draaimolen;

Spanische Tänzerin

Wie in der Hand ein Schwefelzündholz, weiß,
eh es zur Flamme kommt, nach allen Seiten
zuckende Zungen streckt -: beginnt im Kreis
naher Beschauer hastig, hell und heiß
ihr runder Tanz sich zuckend auszubreiten.
 

Und plötzlich ist er Flamme, ganz und gar.

Mit einem Blick entzündet sie ihr Haar
und dreht auf einmal mit gewagter Kunst
ihr ganzes Kleid in diese Feuersbrunst,
aus welcher sich, wie Schlangen die erschrecken,
die nackten Arme wach und klappernd strecken.

Und dann: als würde ihr das Feuer knapp,
nimmt sie es ganz zusamm und wirft es ab
sehr herrisch, mit hochmütiger Gebärde
und schaut: da liegt es rasend auf der Erde
und flammt noch immer und ergiebt sich nicht -.
Doch sieghaft, sicher und mit einem süßen
grüßenden Lächeln hebt sie ihr Gesicht
und stampft es aus mit kleinen festen Füßen.

Eigenlijk is er heel vaak sprake van twee bewegingen: een in een rondje, en een naar binnen toe (of samen, in een kring die zich steeds nauwer sluit). Zelfs sommige gedichten die een statisch beeld beschrijven, kun je zo lezen: aan het eind zit er een draai, die het object ineens anders beschrijft, op een manier, die je net als de muziek van het gedicht traag maakt en melancholisch.

Reacties

Anoniem zei…
Vertaling
Ontmoeting in de Kastanjelaan door Johan N:

Het koele groene donker
dat hij binnengaat, wordt hem
omgehangen als een cape
van zijde die hij nog even schikt,

als vanuit het transparante einde,
als door groen glas vol groene zon,
een eenzaam wit figuur oplicht
die lang ver zou blijven.

Vallende vlekken licht strijken
bij elke stap door het blonde haar,
tot diepe schuwe schaduw plots
verandert in een duidelijk gezicht,

nabije ogen opgeslagen,
die in het moment van wijken
als op een foto blijven kijken,
eerst is het altijd, dan is het voorbij.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …