25.4.10

William Shakespeare. Julius Caesar. London: BBC, 1979 (1599).

William Shakespeare. Julius Caesar Op de middelbare school leerde ik de toespraak van Mark Anthony uit Julius Caesar uit mijn hoofd. Ik weet niet meer of dat verplicht was, of het gevolg van mijn eigen kunstliefde of uitsloverij, maar nog steeds kan ik die hele toespraak desgewenst opzeggen.

Veel verder dan dat was ik nooit gekomen, het hele stuk heb ik nooit gezien of gelezen. Ik weet niet of het in Nederland wel wordt opgevoerd, en als dat niet zo is, weet ik niet waarom niet. Hoe dit ook zij, omdat ik nu alle stukken van Shakespeare in de editie van de BBC in huis heb, moest het daar nog van komen.

Die toespraak blijft indrukwekkend - de beste toespraak ooit, sterker misschien wel dan Barack Obama. Ook de rest van het stuk gaat grotendeels over taal, over hoe gevoelens iedere kant op geboetseerd kunnen worden door taal. Op het eind wint het zwaard, doordat de samenzweerders tot de conclusie komen dat hun positie hopeloos is, maar zelfs dat is uiteindelijk een self fulfilling prophecy, gebaseerd op valse berichten en dus uiteindelijk vooral op taal. Men verliest omdat men gehoord heeft dat men verliest, en dat gelooft. Brutus blijft als laatste samenzweerder over, en verliest bijna de macht van het woord: hij vraagt verschillende bedienden om hem dood te steken, maar pas de laatste, een slaapkop genaamd Stratos, aanvaardt dat bevel.

De helden, de 'goeden' in het stuk zijn uiteindelijk natuurlijk Mark Anthony en Octavianus - al zijn dat geheel in de geest van dit stuk natuurlijk de helden omdat zij overleefden en de geschiedenis naar hun hand konden zetten. Buiten het werk van Shakespeare om weten we dat de échte Octavianus (de latere Augustus) wist wat de macht van het woord was: hij zette dichters als Horatius en Vergilius in om propaganda te maken voor zijn politiek.

Geen opmerkingen: