Doorgaan naar hoofdcontent

Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou. Logicomix. Een epische zoektocht naar de waarheid. Amsterdam: De Vliegende Hollander, 2009.

Apostolos Doxiadis. Logicomix

Vertaling:
Mat Schifferstein

Bertrand Russell had als jongeman een ambitie: hij wilde de wiskunde, die basis van al onze wetenschappelijke kennis, zelf een echt stevige basis geven in de logica. In de loop van der jaren komt hij er na een jarenlange worsteling en discussie met denkers als Gödel en Wittgenstein achter dat dit niet nodig is. Hij vertelt zijn levensverhaal in een lezing voor een groep pacifisten die willen dat hij Amerika oproept om niet aan de Tweede Wereldoorlog mee te doen. En dat verhaal wordt weer verteld door een team Griekse stripmakers, samen met een vriend van de tekstschrijver, een informaticus.

Griekenland, logica en een historisch verhaal over een worsteling — daar heb je zo een stapel onderwerpen te pakken die me interesseren. Ik heb dan ook een heerlijke avond gehad met Logicomix. Zo'n gymnasium-avondje, waarin je wat Griekse letters kunt ontcijferen (Russell schreef zijn dagboek als jongen in die letters, waarbij dan overigens opvalt dat je de letters niet in het klassiek-Grieks, maar het modern-Grieks moet lezen voor het beste resultaat).

Daar komt dan nog bij dat ik, blijkens dit weblog, eigenlijk nooit beeldverhalen lees; terwijl dit een verhaal is dat niet anders verteld kan worden dan als beeldverhaal: niet alleen doordat de gezichtsuitdrukkingen van de personen iets toevoegen, maar ook doordat het onder andere ook een verhaal is over de grenzen van de taal, over wat niet gezegd maar misschien wel getoond kan worden. Zo wordt de strip ineens een manier om wijsheid over te dragen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…