Doorgaan naar hoofdcontent

Ralph Ellison. Invisible Man. Truly-free.org, 2009 (1952)

Ralph Ellison. Invisible Man Wie zou er een getalenteerde zwarte jongen uit het zuiden willen zijn in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw? De verteller van dit boek niet — en dan is het jammer dat hij zwart is, en talent heeft, en in de verkeerde tijd geboren is. Hij krijgt een beurs om op een goed liberal arts college te studeren, maar daarvoor moet hij wel eerst op een vernederende manier fysiek knokken met een aantal andere jongens. Hij komt op die school, en wordt met alle egards behandeld, tot hij net een keer teveel zelf een beslissing neemt. Hij komt in New York uiteindelijk terecht bij een communistische groepering omdat hij zo goed kan spreken, maar ook daar wordt hem gaandeweg duidelijk dat het zijn 'broeders' er niet om te doen is dat hij zelf denkt. Teleurgesteld wordt hij 'onzichtbaar' en trekt zich terug in zijn hol onder de grond om dit boek te schrijven.

Uit wat ik op internet om dit boek heen gelezen heb, maak ik op dat er heftige discussie is geweest over de vraag of dit nu een zwart boek is. Volgens mij hebben allebei de partijen ongelijk: het boek neemt een concrete persoon met zijn concrete problemen, in dit geval een zwarte persoon met zijn zwarte problemen, maar de onzichtbaarheid waar hij onder lijdt is uiteindelijk die van iedereen. Je zou net zo goed kunnen zijn dat dit boek gaat over de problemen van mensen die goed kunnen speechen, want daar gaat het net zo goed over. De wereld hangt aan hun lippen, en toch kent de wereld hen niet.

Die onzichtbaarheid heeft iets pathetisch, vind ik. Natuurlijk wordt de hoofdpersoon steeds weer teleurgesteld, en natuurlijk neemt niemand hem serieus. Maar om je dan terug te trekken en jezelf onzichtbaar te verklaren, dat gaat nu wel weer wat ver, of in ieder geval: niemand heeft er iets aan. Daar komt bij dat hij af en toe toch heus voor iemand zichtbaar is geweest, of in ieder geval voor een persoon: zijn eerste hospita in New York, die hij verlaat zodra hij voor de communisten kan gaan werken. Was dat toch geen teken van hoop?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…