Doorgaan naar hoofdcontent

Gert Jan van der Sman, Lorenzo & Giovanna. Schoonheid en noodlot in Florence. Leiden: Primavera Pers, 2009.

Gert Jan van der Sman, Lorenzo en Giovanna. Schoonheid en noodlot in Florence In de hogere kringen in Florence was het in het midden van de vijftiende eeuw “gebruikelijk om een jongeman onder de hoede van een grammaticus te stellen”, vertelt Gert Jan van der Sman in zijn Lorenzo & Giovanna. Schoonheid en noodlot in Florence. Florence was dus een gelukkige stad, waarin sociale status gekoppeld was aan geleerdheid en goede smaak. De kennis van vreemde talen stond daarbij centraal. Een edelman die geen woord buiten de deur sprak was geen echte edelman.

Lorenzo Tornabuoni (1468-1497) werd bijvoorbeeld geprezen om zijn kennis van het Grieks. Tijdens het drie dagen durende huwelijksfeest met Giovanna degli Albizzi (1468-1488) werd een gedicht voorgedragen waarin hoog van zijn taalgeleerdheid werd opgegeven: “Want hij cultiveert de uitzonderlijke kunsten van de goddelijke Pallas / en al wat de oudste geschriften in het Latijn onderwijzen. / Hij schept zelfs de wateren uit de Griekse bronnen / opdat hij de twee talen daardoor leert kennen.”

Lorenzo & Giovanna is een beschrijving van het huwelijk van Tornabuoni en Albizzi dat met zoveel pracht en praal omgeven werd dat het nog eeuwenlang tot de verbeelding zou spreken. De plechtigheid alleen al omvatte drie dagen, en zat boordevol diners, feestelijkheden, uitwisselingen van geschenken en wat er verder bij kwam kijken. De familie Tornabuoni had nauwe relaties met de familie De Medici en liet een van de fraaiste paleizen van de stad bouwen, terwijl Lorenzo en Giovanna introkken in een fraai buiten.

De combinatie van geld en goede smaak was een zeldzaam gelukkige: volgens Van der Sman kunnen meer dan twintig kunstwerken van beroemde schilders als Botticelli en Ghirlandaio met het jonge paar in verband worden gebracht. Een detail van het fraaie portret van Giovanna door de laatste schilder siert bijvoorbeeld het omslag van Lorenzo & Giovanna; de andere schilderijen staan allemaal in kleur afgebeeld in Van der Smans boek. En dit alles terwijl het huwelijk slechts anderhalf jaar duurde: daarna overleed Giovanna, op negentienjarige leeftijd, in het kraambed. Haar man zou haar nog negen jaar overleven. Omdat hij zich geallieerd had met de gehate Piero de Medici, werd hij uiteindelijk echter onthoofd.

Van der Sman, die aan het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence werkt en daarnaast bijzonder hoogleraar is in Leiden, heeft een meeslepend verslag geschreven van het wel en wee van enkele invloedrijke Florentijnse mecenassen en kunstliefhebbers. Hij putte onder andere uit het uitgebreide huishoudboek dat vader Albizzi bijhield en waarin hij ook verslag deed van de belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. Die bron was nog nooit eerder onderzocht.

Een langere versie staat op de website van de Universiteit Leiden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …