8.7.10

Willem Frederik Hermans. Richard Simmillion. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 (2005)

Willem Frederik Hermans. Richard Simmillion Waarom heeft mijn vader meer dan vijftien jaar na zijn onderwijzersdiploma in de avonduren niets uitgevoerd? Waarom begon hij pas daarna te studeren om diploma's te halen waarmee hij een betere betrekking kon krijgen, terwijl hij eigenlijk al te oud was om nog makkelijk Frans en Duits te kunnen leren? Dat zijn de vragen die Richard Simmillion zich stelt, de held van zes min of meer autobiografische verhalen die Willem Frederik Hermans schreef.

Willem Frederik Hermans is de Freudiaan onder de Nederlandse schrijvers, de man die zijn boeken zo wilde schrijven dat ze geheel psychologisch geïnterpreteerd konden worden, voor wie het dus geen toeval was als de hoofdpersoon machteloze liefde én machteloze woede voelt jegens zijn vader. Nooit, nee, nooit, zal ik de jammerklachten vergeten over de erfenis van dertigduizend gulden in staatsobligaties — die twaalf dagen te laat kwamen omdat hij net een huis had gekocht vlak voor zijn vader stierf, en die bovendien niks waard waren, lang niet zoveel als de vader erin had geïnvesteerd. Die vader wilde indruk maken met een gigantisch geschenk, dat vervolgens volkomen waardeloos bleek — een Hermansiaans thema bij uitstek.

In het nawoord gaat Arjan Peters in op de vraag waarom het nooit tot een autobiografie gekomen is, en daarbij noemt hij keurig dat de schrijver een beetje op het genre neerkeek: een schrijver moest echt werken, en dingen verzinnen, niet maar zo'n beetje opschrijven wat hem overkwam. Verder oppert Peters dat deze rauwe fragmenten nooit zo hadden kunnen schitteren als ze in een boek ingebed waren geweest.

Ik geloof er maar weinig van. Of nou ja, laat ik het bescheidener zeggen, ik kreeg tijdens het lezen van deze verhalen een andere theorie. Die is dat Hermans veel te verlegen was om over zichzelf te beginnen. Slechts een paar keer lukte het hem om die verlegenheid te overwinnen, en zich niet helemaal achter zijn personages te verschuilen. Dat was in die Simmillion-verhalen die af en toe dan ook meteen behoorlijk op de plaatsvervangende schaamte inwerken. Ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren ooit van iemand zo schaamteloos zijn fantasieën over een onbekommerd en egocentrisch leven (al het geld komt naar hem toegevloeid, zonder dat hij erover hoeft na te denken hoe, zijn vriendin heeft een groot huis voor hem beschikbaar en elke dag goed eten, zijn vrienden begrijpen hem volkomen en zijn bovendien enorm interessant, enz.) Maar een heel boek over zichzelf schrijven, en vooral over zijn werkelijke succes, dat had hij waarschijnlijk niet aangedurfd. Hij bleef een kleine, eenzame jongen die ervan droomde dat zijn vader hem eens zou meenemen op een uitstapje.

Geen opmerkingen: