Doorgaan naar hoofdcontent

Dan Rockmore. Stalking the Riemann Hypothesis. The Quest to Find the Hidden Law of Prime Numbers. London: Jonathan Cape, 2005.

Dan Rockmore. Stalking the Riemann Hypothesis Er zijn tijden geweest dat ik als ik niet slapen kon, aan priemgetallen dacht. Ik maakte sommen met ze tot ik uiteindelijk in slaap viel. Wat zijn ze toch interessant! Waarom ben ik indertijd geen wiskunde gaan studeren zodat ik nu al mijn tijd aan ze kon besteden. (Maar dan had ik vast iets anders moeten bedenken om bij in slaap te komen.

In Stalking the Riemann Hypothesis legt de Amerikaanse hoogleraar Dan Rockmore de geschiedenis uit van het denken van de afgelopen 150 jaar over de zogenoemde Riemann-hypothese, een wiskundige stelling (nog steeds onbewezen, of in ieder geval was dat in 2005 zo) over de verspreiding van de priemgetallen over de gehele getallen. Er zijn oneindig veel getallen, en er zijn ook oneindig veel priemgetallen. Toch worden de priemgetallen naar mate we verder gaan tellen steeds spaarzamer: van de eerste twintig getallen zijn er acht priem (2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19), bij de volgende twintig zijn dat er nog maar vier (23, 29, 31, 37) en gaandeweg zijn het er steeds minder, maar uiteindelijk kom je, vanaf welk getal je ook begint te tellen, altijd bij een priemgetal uit. Hoe die verdeling precies is, daarover zijn wiskundigen nog steeds aan het puzzelen, en uit Stalking the Riemann Hypothesis blijkt dat ze daar steeds buitenissigere middelen voor inzetten, zoals statistiek en zelfs elementen uit de moderne natuurkunde.

Ik kan niet zeggen dat ik Rockmore altijd helemaal precies kon volgen. Hij probeert de dingen soms uit te leggen door metaforen in plaats van door formules, maar die metaforen zijn soms zo vergezocht (biljarttafels in de vorm van fractals, Riemann's zetafunctie als een Palm) dat ze het begrip eerder vertroebelden dan verhelderden. En verder ben ik waarschijnlijk ook te eenvoudig van geest voor dit soort dingen. Toch vond ik het een meeslepend verhaal: priemgetallen zijn zo eenvoudig en ze blijken tot zulke duizelingwekkende inzichten te kunnen leiden. Wat is dat toch, hoe kan dat? Ik heb weer iets om over te denken voor het slapengaan.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …