Doorgaan naar hoofdcontent

Italo Calvino. Il visconte dimezzato. Milano: Mondadori, 2010 (1952)

Italo Calvino. Il visconte dismezzato De arme burggraaf Menardo di Terralba trekt voor het eerst ten strijde tegen de Turken. Door een onhandige manoeuvre wordt hij precies in tweeën gespleten: een kwade rechterhelft en een in-en-in-goeie linkerhelft. Beide keren terug naar Terralba, de eerste om dood en verderf te zaaien, de tweede om uiteindelijk iedereen te irriteren over zijn goedigheid en neiging tot preken. Uiteindelijk worden beiden verliefd op hetzelfde meisje, Pamela. Ze treden in duel en snijden elkaar allebei aan de juiste kant open, zodat een dokter kan komen om hen aan elkaar te naaien. De geheelde burggraaf treedt met Pamela in het huwelijk en leeft nog lang en gelukkig.

Dit was het eerste gehele boek dat ik ooit in het Italiaans las, en wat een gelukkige keuze! Calvino vertelt zo levendig en schilderachtig en zo vol plezier dat het niet erg is als je elk vijfde woord moet opzoeken. Terwijl je door het woordenboek bladert, gloei je nog na van de pret: over de Hugenoten die gevlucht zijn naar Terralba en onderweg hun bijbel en andere heilige boeken verloren zijn, zodat ze niet meer precies weten wat ze ook weer precies geloven; over de arme timmerman die doorlopend instructies krijgt voor nieuwe martelwerktuigen en daar al zijn ziel en zaligheid in weet te leggen, tot zijn eigen schrik; over de verteller, die een neefje van de graaf blijkt te zijn, zonder dat dit verder een duidelijke functie heeft.

Wat een schrijver was die Calvino toch, iemand die zo duidelijk plezier had in verzinnen en fantaseren en dat dan vertellen. Ik wil niet zeggen dat het nodig is om Italiaans te leren om hem te kunnen lezen - dit sprookje is ook vast in andere talen vertaald - maar wie toch Italiaans moet leren kan dat best met Calvino doen!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…