Doorgaan naar hoofdcontent

Italo Calvino. Il visconte dimezzato. Milano: Mondadori, 2010 (1952)

Italo Calvino. Il visconte dismezzato De arme burggraaf Menardo di Terralba trekt voor het eerst ten strijde tegen de Turken. Door een onhandige manoeuvre wordt hij precies in tweeën gespleten: een kwade rechterhelft en een in-en-in-goeie linkerhelft. Beide keren terug naar Terralba, de eerste om dood en verderf te zaaien, de tweede om uiteindelijk iedereen te irriteren over zijn goedigheid en neiging tot preken. Uiteindelijk worden beiden verliefd op hetzelfde meisje, Pamela. Ze treden in duel en snijden elkaar allebei aan de juiste kant open, zodat een dokter kan komen om hen aan elkaar te naaien. De geheelde burggraaf treedt met Pamela in het huwelijk en leeft nog lang en gelukkig.

Dit was het eerste gehele boek dat ik ooit in het Italiaans las, en wat een gelukkige keuze! Calvino vertelt zo levendig en schilderachtig en zo vol plezier dat het niet erg is als je elk vijfde woord moet opzoeken. Terwijl je door het woordenboek bladert, gloei je nog na van de pret: over de Hugenoten die gevlucht zijn naar Terralba en onderweg hun bijbel en andere heilige boeken verloren zijn, zodat ze niet meer precies weten wat ze ook weer precies geloven; over de arme timmerman die doorlopend instructies krijgt voor nieuwe martelwerktuigen en daar al zijn ziel en zaligheid in weet te leggen, tot zijn eigen schrik; over de verteller, die een neefje van de graaf blijkt te zijn, zonder dat dit verder een duidelijke functie heeft.

Wat een schrijver was die Calvino toch, iemand die zo duidelijk plezier had in verzinnen en fantaseren en dat dan vertellen. Ik wil niet zeggen dat het nodig is om Italiaans te leren om hem te kunnen lezen - dit sprookje is ook vast in andere talen vertaald - maar wie toch Italiaans moet leren kan dat best met Calvino doen!

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …