Doorgaan naar hoofdcontent

Njal's Saga. London: Penguin Classics, 2001 (13e eeuw).

Njal's Saga

Vertaling: Robert Cook

De dertiende eeuw was een moeilijke tijd voor IJsland. Het land raakte door onderlinge twisten bijna aan de afgrond, en werd uiteindelijk door Noorwegen overgenomen. Pas in 1944 zou het weer een onafhankelijk land worden. In die tijd kwamen de sagen tot stond, min of meer historische verhalen over de grote mannen uit het verleden, dat wil zeggen van rond het jaar 1000. De beroemdste daarvan is Njal's Saga, het verhaal over de 'baardloze' maar wijze en slimme Njal en diens krachtige en dappere vriend Gunnar.

Zolang ze leven behouden ze hun vriendschap. Hun beider vrouwen beramen allerlei slechts en zorgen er voor dat er mannen uit het andere kamp worden vermoord. Gunnar en Njal lossen dat steeds op in onderling vergelijk: jouw mannen hebben mijn oom vermoord, maar als je mij tweeduizend goudstukken geeft, praten we nergens meer over. Uiteindelijk vallen beider mannen ten prooi aan laffe vijanden die Gunnar onverwacht thuis overvallen, en Njal's huis in brand steken.

Net als veel Nederlanders, wist ik eigenlijk niets over de sagen voordat ik aan Njal begon. Ik dacht dat het verhalen waren over Wodan en Odin, maar die komen in Njal eigenlijk helemaal niet voor. Het verhaal gaat veel eerder over de kracht van alles onderling samen regelen. Als er problemen zijn, ga je naar de jaarlijkse volksvergadering (de Althing) en probeert daar voldoende medestanders te vinden om succesvol een proces te beginnen. Daarbij zijn intelligentie en inzicht belangrijker dan fysieke kracht. Hoewel ze uiteindelijk niet veel lijken te kunnen uitrichten - alle helden zijn dood aan het eind - worden ze wel duidelijk als beter beoordeeld dan krachtpatserij.

De sagen werden kennelijk geschreven in een periode van weemoed: ze gaan over de goede oude tijd, toen IJslanders nog zelf alles wisten te klaren. Toch was die goede oude tijd er niet speciaal een waarna je nu zou terugverlangen: zoveel doden en zoveel geweld, en zoveel treurnis om die doden en dat geweld. De godsdienst speelt bovendien nauwelijks een rol. De goden komen er niet in voor, en ergens halverwege wordt heel IJsland ineens tot het Christendom bekeerd, zonder dat er iets veranderd. Njal's Saga: ik wist er niets vanaf voor ik het begon te lezen - en het is nog steeds een raadsel.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …