Doorgaan naar hoofdcontent

Stefan Zweig. Schachnovelle. Argon Verlag, 2009 (1941).

Stefan Zweig. Schachnovelle Op een passagiersschip van New York naar Buenos Aires vindt een bizarre schaakwedstrijd plaats. Aan de ene kant staat de regerend wereldkampioen die buiten het schaken op geen enkele manier deelneemt aan de beschaving, en trouwens ook niet eens kan schaken zonder een bord te zien. Aan de andere kant zit dr. B., een slachtoffer van de Gestapo, die in eenzame opsluiting niets anders kon doen dan een boekje bestuderen met de 150 belangrijkste schaakwedstrijden ooit en daarnaast heeft geprobeerd tegen zichzelf te schaken. In eerste instantie wint dr. B., maar dan krijgt de wereldkampioen door wat hij moet doen: in een tweede wedstrijd rekt hij iedere zet zoveel minuten dat dr. B, die immers tegen zichzelf schaakt, ervan in de war raakt.

Dit was de laatste novelle van Stefan Zweig, die hij schreef vlak voor hij in 1942 met zijn vrouw zelfmoord pleegde. Het verhaal gaat op twee niveaus over de oorlog. Aan de ene kant is dr. B een oorlogsslachtoffer — hij heeft wel niet in een concentratiekamp gezeten, maar wel de foltering van eenzame opsluiting ondergaan.

Tegelijk is het schaakspel zelf een metafoor voor het fascisme. Op het eerste gezicht geeft het een vreemde invalshoek - alsof het ergste van het fascisme was dat de beschaafde mensen werden ondergeschoffeld. Maar in tweede instantie kun je als lezer toch niet om de gedachte heen dat een schaakspel zoals hier beschreven werd, wel weer gespelen zou kunnen worden. Dat de verstandige mensen die weleens proberen na te denken door een strategisch slimme tegenstander met een truc buitenspel kunnen worden gezet. Dat zij zichzelf misschien alleen maar vastzetten in hun eigen gepieker en hun eigen wens om alles van verschillende kanten te zien.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…