29.8.10

Stefan Zweig. Schachnovelle. Argon Verlag, 2009 (1941).

Stefan Zweig. Schachnovelle Op een passagiersschip van New York naar Buenos Aires vindt een bizarre schaakwedstrijd plaats. Aan de ene kant staat de regerend wereldkampioen die buiten het schaken op geen enkele manier deelneemt aan de beschaving, en trouwens ook niet eens kan schaken zonder een bord te zien. Aan de andere kant zit dr. B., een slachtoffer van de Gestapo, die in eenzame opsluiting niets anders kon doen dan een boekje bestuderen met de 150 belangrijkste schaakwedstrijden ooit en daarnaast heeft geprobeerd tegen zichzelf te schaken. In eerste instantie wint dr. B., maar dan krijgt de wereldkampioen door wat hij moet doen: in een tweede wedstrijd rekt hij iedere zet zoveel minuten dat dr. B, die immers tegen zichzelf schaakt, ervan in de war raakt.

Dit was de laatste novelle van Stefan Zweig, die hij schreef vlak voor hij in 1942 met zijn vrouw zelfmoord pleegde. Het verhaal gaat op twee niveaus over de oorlog. Aan de ene kant is dr. B een oorlogsslachtoffer — hij heeft wel niet in een concentratiekamp gezeten, maar wel de foltering van eenzame opsluiting ondergaan.

Tegelijk is het schaakspel zelf een metafoor voor het fascisme. Op het eerste gezicht geeft het een vreemde invalshoek - alsof het ergste van het fascisme was dat de beschaafde mensen werden ondergeschoffeld. Maar in tweede instantie kun je als lezer toch niet om de gedachte heen dat een schaakspel zoals hier beschreven werd, wel weer gespelen zou kunnen worden. Dat de verstandige mensen die weleens proberen na te denken door een strategisch slimme tegenstander met een truc buitenspel kunnen worden gezet. Dat zij zichzelf misschien alleen maar vastzetten in hun eigen gepieker en hun eigen wens om alles van verschillende kanten te zien.

Geen opmerkingen: