11.9.10

Hadewijch. Liederen. Groningen: Historische Uitgeverij, 2009 (13e eeuw).

Hadewijch. Liederen Dit is de manier waarop ik aan dit boek kwam. Er is een nieuwe vertaling van Hadewijchs strofische gedichten verschenen, Liefdesliederen (vertaling Jan Kuijpers). Ik heb dat boekje wel gekocht, maar ik bespreek het hier niet. Ik kon die vertaling namelijk niet lezen - het waren te duidelijk liedteksten, ik miste het Middelnederlands dat Hadewijchs gedichten zo mystiek doet klinken. Dat is de snob in mij.

Gelukkig is er vorig jaar ook een nieuwe editie van de Liederen verschenen: een prachtuitgave, met de oorspronkelijke tekst, een vertaling, allerlei verklaringen door twee grote Vlaamse Hadewijch-kenners (Frank Willaert en Veerle Fraeters), en bovendien voor 19 liederen de waarschijnlijke melodieën. Dan zijn er ook nog vier cd's waarop alle liederen worden voorgedragen of gezongen. Een collega van mij, Louis Grijp, is verantwoordelijk voor de melodieën en gaf me een exemplaar.

De Liederen zijn niet heel makkelijk te begrijpen. Ze gaan bijna alle 45 over hoe vreselijk het is om in de ban van de 'minne' te leven, waarmee Hadewijch naar alle geleerden zeggen een mystieke liefde voor God bedoeld heeft. Het is dus vreselijk om daar mee te leven, de minne is wreed, laat vaak lange tijd niets van zich horen en slaat je dan weer met allerlei rampspoed. Maar wij mensen moeten maar streven naar perfectie zodat we de minne ooit waardig worden en dan in grote zaligheid kunnen leven.

Door de vertaling van Kuijpers, maar vooral door deze indrukwekkende uitgave werd me gaandeweg wel ingepeperd dat dit liederen zijn. Het zijn dus misschien niet zozeer lyrische ontboezemingen alswel teksten met een sociaal gebruik. Misschien wilde Hadewijch haar geloofsgenoten steeds opnieuw aansporen om toch vooral niet op te geven in hun religieuze streven. Dat verklaart dan ook waarom de teksten gemaakt zijn op populaire melodieën uit die tijd (de meeste melodieën die Grijp vond komen van Franse liefdesliedjes).

Eé manier om als ongelovige dit soort dichtkunst te kunnen duiden is door Hadewijchs meeslepende, repeterende, fraaie taal over je heen te laten komen, de 'minne die minne vaak minnen doet' te accepteren. Ik ontdekte ook een andere: je bent even een toerist in een andere wereld, waar vrome vrouwen zingen over hun verlangen naar God en de problemen die ze er bij tegenkomen. Voor mij waren de Liederen van Hadewijch een korte vakantie.

Geen opmerkingen: