Doorgaan naar hoofdcontent

Hadewijch. Liederen. Groningen: Historische Uitgeverij, 2009 (13e eeuw).

Hadewijch. Liederen Dit is de manier waarop ik aan dit boek kwam. Er is een nieuwe vertaling van Hadewijchs strofische gedichten verschenen, Liefdesliederen (vertaling Jan Kuijpers). Ik heb dat boekje wel gekocht, maar ik bespreek het hier niet. Ik kon die vertaling namelijk niet lezen - het waren te duidelijk liedteksten, ik miste het Middelnederlands dat Hadewijchs gedichten zo mystiek doet klinken. Dat is de snob in mij.

Gelukkig is er vorig jaar ook een nieuwe editie van de Liederen verschenen: een prachtuitgave, met de oorspronkelijke tekst, een vertaling, allerlei verklaringen door twee grote Vlaamse Hadewijch-kenners (Frank Willaert en Veerle Fraeters), en bovendien voor 19 liederen de waarschijnlijke melodieën. Dan zijn er ook nog vier cd's waarop alle liederen worden voorgedragen of gezongen. Een collega van mij, Louis Grijp, is verantwoordelijk voor de melodieën en gaf me een exemplaar.

De Liederen zijn niet heel makkelijk te begrijpen. Ze gaan bijna alle 45 over hoe vreselijk het is om in de ban van de 'minne' te leven, waarmee Hadewijch naar alle geleerden zeggen een mystieke liefde voor God bedoeld heeft. Het is dus vreselijk om daar mee te leven, de minne is wreed, laat vaak lange tijd niets van zich horen en slaat je dan weer met allerlei rampspoed. Maar wij mensen moeten maar streven naar perfectie zodat we de minne ooit waardig worden en dan in grote zaligheid kunnen leven.

Door de vertaling van Kuijpers, maar vooral door deze indrukwekkende uitgave werd me gaandeweg wel ingepeperd dat dit liederen zijn. Het zijn dus misschien niet zozeer lyrische ontboezemingen alswel teksten met een sociaal gebruik. Misschien wilde Hadewijch haar geloofsgenoten steeds opnieuw aansporen om toch vooral niet op te geven in hun religieuze streven. Dat verklaart dan ook waarom de teksten gemaakt zijn op populaire melodieën uit die tijd (de meeste melodieën die Grijp vond komen van Franse liefdesliedjes).

Eé manier om als ongelovige dit soort dichtkunst te kunnen duiden is door Hadewijchs meeslepende, repeterende, fraaie taal over je heen te laten komen, de 'minne die minne vaak minnen doet' te accepteren. Ik ontdekte ook een andere: je bent even een toerist in een andere wereld, waar vrome vrouwen zingen over hun verlangen naar God en de problemen die ze er bij tegenkomen. Voor mij waren de Liederen van Hadewijch een korte vakantie.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …