Doorgaan naar hoofdcontent

Robert Crumb. Het boek Genesis. Amsterdam: De Harmonie, 2009.

Robert Crumb. Het boek Genesis

Vertaling: Nicolaas Matsier

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Dat is waarschijnlijk wel de sterkste openingszin ooit - de eerste zin van het boek Genesis. De Amerikaanse striptekenaar Robert Crumb, alom gevierd als een kunstzinnig en rebels tekenaar, publiceerde vorig jaar een integrale beeldversie van Genesis: alle woorden staan erin, en bijna allemal zijn ze geïllustreerd.

Hoewel Crumb helemaal niet geprobeerd heeft om iets bijzonders te tekenen - God is een man in een jurk met een lange baard, een man waarvan Crumb zelf in de toelichting zegt dat deze op zijn vader lijkt - laat zo'n stripverhaal je toch ineens heel anders naar het verhaal kijken. Dat kan ik het duidelijkst uitleggen aan de hand van de eindeloze lijsten met namen:

13 En dit zijn de namen der zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
14 En Misma, en Duma, en Massa,
15 Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
(Genesis 25)

Ik geloof niet dat ik dat soort lijsten ooit gelezen heb, mijn ogen zijn geneigd snel naar de volgende alinea te springen, maar Crumb geeft ieder van die namen een portretje. (Misschien verbeeld ik het me, maar in dit geval lijken het me allemaal gezichten van Arabische heren. Arabieren geloven dat zij afstammen van Ismaël.) En zo komt ook zo'n lijst ineens tot leven.

Een andere manier waarop dat gebeurt, is doordat Crumb duidelijk van dit boek een autobiografie heeft gemaakt. Het is Genesis zoals hij zich dat altijd heeft voorgesteld - niet alleen omdat God het gezicht heeft van zijn vader. In het summiere commentaar aan het eind ontvouwt hij bijvoorbeeld de theorie dat er eigenlijk een matriarchale laag onder het patriarchale verhaal van Genesis zit. Dat werpt op sommige aspecten inderdaad een interessant licht (de enige zonen van Abraham die tellen, zijn de zonen van Sara; Abraham krijgt ook zonen bij anderen, die wel genoemd worden, maar verder niet voorkomen), maar roept toch ook wel vragen op (waarom worden dochters dan eigenlijk nooit genoemd: van belang is het kennelijk om de zoon van een moeder te zijn). Waarschijnlijk heeft het vooral met Crumbs eigen obsessie voor sterke vrouwen te maken, zoals die uit zijn tekeningen blijkt.

Crumbs Genesis is zo een persoonlijke, gedetailleerde meditatie over het eerste boek van de bijbel. Door de tekeningen ga je langzamer door de tekst heen. De lezer ziet niet alleen wat Crumb heeft getekend, hij denkt ook zelf meer na over wat het allemaal voor hemzelf betekent.

Een andere kijk is te vinden op Boekblad leest

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …