Doorgaan naar hoofdcontent

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria. CPNB, 2010. (Kinderboekenweekgeschenk)

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria Hoewel het een grotemensenboek was dat ik tijdens de Kinderboekenweek kocht, kreeg ik toch het geschenkje mee, Mees Kees in de gloria. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Mees Kees gehoord, of van zijn schepper, de schrijfster Mirjam Oldenhave, en kinderboeken lees ik niet veel, maar ik was nieuwsgierig en het kan niet altijd Macchiavelli zijn wat de klok slaat, dus ik probeerde het.

Mees Kees in de gloria is als ik het goed zie het zesde deeltje in een serie boeken over 'Mees Kees', een negentienjarige stagiair, en zijn schoolklas, met name de ik-figuur, Tobias, een jongen die zijn vader verloren heeft. Mees Kees zit boordevol grappige invallen maan heeft niet veel belangstelling voor de opvoedkunde. Een toffee heet een 'laatste waarschuwing' en die krijg je als je je mond nu echt moet houden. Hij staat daarmee natuurlijk in een traditie van vrolijke anarchie in Noord-Europese kinderboeken. In boeken vallen de regels weg.

Hoe dun het ook is, mijn leeservaring met Mees Kees in de gloria in precies twee delen te scheiden. Het eerste deel speelde zich af voor ik het gesprek met Mirjam Oldenhave op de radio had gehoord. Ik vond de personen toen weinig geloofwaardig, en dat het allemaal wel heel warm en fijn was in de klas, maar dat er teveel niet klopte. Op zeker moment legt een juf aan de klas uit dat je de some 5x6 ook kunt uitrekenen door 10x3=30 uit te rekenen. Daarna vraagt ze aan de klas: hoeveel is nu 5x14? Tom, de slimste jongen van de klas schrijft dan op het bord: 5x14=40x1.75=70 Vervolgens snapt hij niet waarom dat niet de bedoeling is.

Daar klopt van alles niet aan. Bijvoorbeeld schrijft een Nederlands kind niet 1.75, maar 1,75, en verder moet je wel een beetje onnozel zijn om te denken dat Toms manier om een som op te schrijven hetzelfde stramien schrijft als dat van de juf. Het is allemaal grappig bedoelt, maar als ik een slim kind was en dit las, zou ik me niet begrepen voelen.

Maar alles wat er na dit hoofdstukje over rekenen kwam, las ik nadat ik Oldenhave op de radio hoorde, en merkte hoe sympathiek ze was en hoeveel ze om kinderen gaf. Dat werd toen ineens deel van het boek, haar stem begon ineens mee te klinken, en toen vergaf ik haar alles. Aan het eind werd ik zelfs ontroerd door het gesprek dat Mees Kees en Tobias hebben - zelden zo'n overtuigende weergave gelezen van hoe mensen elkaar nodig kunnen hebben.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …