23.10.10

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria. CPNB, 2010. (Kinderboekenweekgeschenk)

Mirjam Oldenhave. Mees Kees in de gloria Hoewel het een grotemensenboek was dat ik tijdens de Kinderboekenweek kocht, kreeg ik toch het geschenkje mee, Mees Kees in de gloria. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Mees Kees gehoord, of van zijn schepper, de schrijfster Mirjam Oldenhave, en kinderboeken lees ik niet veel, maar ik was nieuwsgierig en het kan niet altijd Macchiavelli zijn wat de klok slaat, dus ik probeerde het.

Mees Kees in de gloria is als ik het goed zie het zesde deeltje in een serie boeken over 'Mees Kees', een negentienjarige stagiair, en zijn schoolklas, met name de ik-figuur, Tobias, een jongen die zijn vader verloren heeft. Mees Kees zit boordevol grappige invallen maan heeft niet veel belangstelling voor de opvoedkunde. Een toffee heet een 'laatste waarschuwing' en die krijg je als je je mond nu echt moet houden. Hij staat daarmee natuurlijk in een traditie van vrolijke anarchie in Noord-Europese kinderboeken. In boeken vallen de regels weg.

Hoe dun het ook is, mijn leeservaring met Mees Kees in de gloria in precies twee delen te scheiden. Het eerste deel speelde zich af voor ik het gesprek met Mirjam Oldenhave op de radio had gehoord. Ik vond de personen toen weinig geloofwaardig, en dat het allemaal wel heel warm en fijn was in de klas, maar dat er teveel niet klopte. Op zeker moment legt een juf aan de klas uit dat je de some 5x6 ook kunt uitrekenen door 10x3=30 uit te rekenen. Daarna vraagt ze aan de klas: hoeveel is nu 5x14? Tom, de slimste jongen van de klas schrijft dan op het bord: 5x14=40x1.75=70 Vervolgens snapt hij niet waarom dat niet de bedoeling is.

Daar klopt van alles niet aan. Bijvoorbeeld schrijft een Nederlands kind niet 1.75, maar 1,75, en verder moet je wel een beetje onnozel zijn om te denken dat Toms manier om een som op te schrijven hetzelfde stramien schrijft als dat van de juf. Het is allemaal grappig bedoelt, maar als ik een slim kind was en dit las, zou ik me niet begrepen voelen.

Maar alles wat er na dit hoofdstukje over rekenen kwam, las ik nadat ik Oldenhave op de radio hoorde, en merkte hoe sympathiek ze was en hoeveel ze om kinderen gaf. Dat werd toen ineens deel van het boek, haar stem begon ineens mee te klinken, en toen vergaf ik haar alles. Aan het eind werd ik zelfs ontroerd door het gesprek dat Mees Kees en Tobias hebben - zelden zo'n overtuigende weergave gelezen van hoe mensen elkaar nodig kunnen hebben.

Geen opmerkingen: