Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. Nemesis. London: Random House, 2010

Philip Roth. Nemesis

Bucky Cantor, een jonge atletische Amerikaanse man mag in 1944 niet in de oorlog meevechten, omdat zijn ogen niet goed genoeg zijn. In plaats daarvan begeleidt hij kinderen in een zomers sportpark in Newark. De kinderverlamming slaat daar echter toe - een ziekte die Cantor uiteindelijk voor de rest van zijn leven lichamelijk en vooral geestelijk zal knakken.

Waar moet ik beginnen om dit melancholieke en treurige en wijze boek te prijzen? Ik ben een bewonderaar van Philip Roth, er zijn weinig schrijvers van wie ik zoveel gelezen heb. En toch heeft hij me met deze novelle toch weer te pakken.

Veel mooie romans laten veel verschillende kanten van de zaak zien, allemaal begrijpelijk en toch niet met elkaar in overeenstemming. Roth kan dat ook: de lezer heeft het gevoel dat hij iedere persoon in dit boek kan begrijpen, ook als ze ruzie maken. Dat draagt bij aan het gevoel van pracht en treurnis dat na het dichtslaan beklijft.

Neem de titel van het boek, Nemesis. Dat verwijst naar de woede die Bucky Cantor voelt tegenover God die zomaar polio bedacht heeft en daarmee kinderen slaat en laat sterven. Die woede keert zich op een zeker moment ook tegen Cantor zelf, omdat hij meent dat hij de ziekte heeft helpen verspreiden. Zulke woede wordt door de verteller hubris genoemd en, hoewel dat nergens expliciet wordt gezegd, was Nemesis de godin die hubris kwam bestraffen. Maar die godin gaat dan zelf ook weer behoorlijk wreed te werk. Cantor had zijn geknakte leven toch ook weer niet verdiend.

Dan nog iets. Op Facebook las ik dat de PvdA-politicus Frans Timmermans Nemesis ook gelezen heeft. Hij vroeg zich af of er met die polio een verwijzing bedoeld kon zijn naar de holocaust. In een recensie meldt J.M. Coetzee dat Philip Roth in 2008 La Peste van Albert Camus herlezen heeft. In dat laatste boek wordt de pest in ieder geval wel als metaforisch voor het nazisme gelezen. Coetzees recensie bevat trouwens nog veel meer interessante observaties over het boek. Boeken lezen kan door het internet ook verrijkt worden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …