Doorgaan naar hoofdcontent

Willem Elsschot. Lijmen/Het been. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009 (1924-1938)

Willem Elsschot. Lijmen/Het been

Lijmen en Het been van Willem Elsschot gaan over de kracht van verhalen. Boormans verkoopt verhalen aan zijn klanten, goedgelovige bedrijfsleiders, die het succesverhaal van hun bedrijf ook weleens met mooie foto's afgedrukt willen zien in dat Wereldtijdschrijft dat hij uitgeeft. Hij zorgt daar ook voor, maar laat ze daarvoor - met zijn verhalende kracht - wel tekenen dat ze honderdduizenden exemplaren aannemen. Daarover gaat Lijmen: je kunt terecht zeggen dat het oplichting is, maar oplichting gaat dan ook meestal over verhalen.

In Het been lijkt het verhaal lange tijd het onderspit te delven. Een van Boormans klanten, een vrouw die een smederij heeft geleid en 100.000 exemplaren van het Wereldtijdschrift heeft afgenomen, strompelt nu op een houten been, en als Boormans daar (na de dood van zijn vrouw) achterkomt, begint dit aan zijn geweten te knagen. Hij wil haar het geld teruggeven en probeert dat weer met allerlei prachtige verhalen, maar zij weigert simpelweg, waardoor hij uiteindelijk bijna in het gekkenhuis belandt. Het verhaal is te absurd geworden en de lichamelijke werkelijkheid - dat been - te klemmend. Maar uiteindelijk wint ook hier het verhaal, in de vorm van een geparenteerde pastoor, die het geloof vertegenwoordigd, een van de grootste verhalen - sommigen zouden zeggen: een van de grootste oplichtingen - ooit.

Het verhaal wordt bovendien verteld via allerlei tussenpersonen: de geschiedenis van Boormans wordt gedaan door zijn assistent, Laarmans, aan een oude vriend, en de laatste is degene die ons het verhaal weer vertelt. Waarom er zo'n grote afstand wordt ingebouwd, weet ik niet precies, het is in ieder geval een manier waarop je Laarmans van alle kanten kunt bekijken.

Maar bovenal zijn Lijmen en Het been samen mogelijk een van de krachtigste verhalen die er ooit in het Nederlands geschreven zijn. Ik las het als jongen van zestien, en herinnerde me er meer dan vijfentwintig jaar later nog bijna alles van. Dat overkomt me niet vaak.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…