8.10.10

Willem Elsschot. Lijmen/Het been. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009 (1924-1938)

Willem Elsschot. Lijmen/Het been

Lijmen en Het been van Willem Elsschot gaan over de kracht van verhalen. Boormans verkoopt verhalen aan zijn klanten, goedgelovige bedrijfsleiders, die het succesverhaal van hun bedrijf ook weleens met mooie foto's afgedrukt willen zien in dat Wereldtijdschrijft dat hij uitgeeft. Hij zorgt daar ook voor, maar laat ze daarvoor - met zijn verhalende kracht - wel tekenen dat ze honderdduizenden exemplaren aannemen. Daarover gaat Lijmen: je kunt terecht zeggen dat het oplichting is, maar oplichting gaat dan ook meestal over verhalen.

In Het been lijkt het verhaal lange tijd het onderspit te delven. Een van Boormans klanten, een vrouw die een smederij heeft geleid en 100.000 exemplaren van het Wereldtijdschrift heeft afgenomen, strompelt nu op een houten been, en als Boormans daar (na de dood van zijn vrouw) achterkomt, begint dit aan zijn geweten te knagen. Hij wil haar het geld teruggeven en probeert dat weer met allerlei prachtige verhalen, maar zij weigert simpelweg, waardoor hij uiteindelijk bijna in het gekkenhuis belandt. Het verhaal is te absurd geworden en de lichamelijke werkelijkheid - dat been - te klemmend. Maar uiteindelijk wint ook hier het verhaal, in de vorm van een geparenteerde pastoor, die het geloof vertegenwoordigd, een van de grootste verhalen - sommigen zouden zeggen: een van de grootste oplichtingen - ooit.

Het verhaal wordt bovendien verteld via allerlei tussenpersonen: de geschiedenis van Boormans wordt gedaan door zijn assistent, Laarmans, aan een oude vriend, en de laatste is degene die ons het verhaal weer vertelt. Waarom er zo'n grote afstand wordt ingebouwd, weet ik niet precies, het is in ieder geval een manier waarop je Laarmans van alle kanten kunt bekijken.

Maar bovenal zijn Lijmen en Het been samen mogelijk een van de krachtigste verhalen die er ooit in het Nederlands geschreven zijn. Ik las het als jongen van zestien, en herinnerde me er meer dan vijfentwintig jaar later nog bijna alles van. Dat overkomt me niet vaak.

Geen opmerkingen: