Doorgaan naar hoofdcontent

Hella Haasse. Dat weet ik zelf niet. Jonge mensen in boek en verhaal. Amsterdam: CPNB, 1959.

Hella Haasse. Dat weet ik zelf niet. Jonge mensen in boek en verhaal De schrijfster van het boekenweekgeschenk van 1959 is nog altijd in leven: Hella Haasse heeft een fraai museum op het web en wordt allerwegen als de grande dame van de Nederlandse letteren beschouwd. Ook in eenenvijftig jaar geleden werden haar kwaliteiten al erkend, want dit was maar liefst het tweede boekenweekgeschenk dat ze schreef (na Oeroeg).

Dat weet ik zelf niet is een essay, of beter gezegd: het is een bundeling van een aantal lezingen die Haasse in 1959 had gehouden over de plaats van jonge mensen in de literatuur. Het is een uitgave die de CPNB zich nu op deze manier zeker niet meer zou veroorloven. De brede belezenheid die Haasse tentoonspreidt — moeiteloos worden allerlei hoogtepunten uit de Franse, Engelse, Nederlandse en Russische literatuur samengevat — zou nu helaas niet meer geschikt worden geacht voor het publiek van het boekenweekgeschenk. (Terzijde: voor zover ik kan zien is de enige verwijzing naar de Duitse literatuur een kort handwijfgebaar naar Tod in Venedig; die Leiden des jungen Werthers ontbreekt bijvoorbeeld geheel; misschien was de oorlog te vers, misschien kende Haasse gewoon geen Duitse literatuur). Bovendien heeft 'de commissie voor de collectieve propaganda van het Nederlandse boek' een voorwoordje geschreven, een nogal belegen voorwoordje, zo van: "Wij wensen U veel genoegen bij het lezen van deze bespiegelingen en het bekijken der reproducties die naar aanleiding van dit geschrift uit de veelheid van materiaal op dit gebied werden bijeengebracht".

Nu zou je nog kunnen zeggen: ach, wat een mooie tijd was dat toch. Maar Dat weet ik zelf niet viel me niet mee. Er wordt wel veel samengevat, maar er worden uiteindelijk weinig inzichten gegeven. Het blijft allemaal een beetje aan de oppervlakte: ooit zag men kinderen als kleine volwassenen, pas gaandeweg, en vooral vanwege de romantiek, zijn we ze een eigen plaats gaan geven. Waar het interessant zou kunnen worden — er zijn misschien parallellen aan te wijzen tussen Hamlet en De Avonden: in beide gaat het over een jongen die in machteloze afkeer jegens de eerdere generatie gevangen zit — zwaait Haasse heel snel weer af naar een ander onderwerp. De titel (die verwijst naar een Tartaars sprookje waarin een jongen dit zegt in antwoordt op de vraag hoe hij een mens moet worden) vind ik niet erg sterk, en de ondertitel al helemaal niet: Jonge mensen in boek en verhaal? Hoe zo boek én verhaal? Het gaat alleen maar over fictie, hoezo moest dat boek er dan eigenlijk in?

Je moet een schrijver beoordelen op haar beste werk. Ik heb geloof ik nog nooit een grote titel van Haasse gelezen. Dat moet ik toch eens doen, om te zien waaraan ze die titel van grande dame precies verdiend heeft.

Reacties

Koen zei…
Ik ken alleen Het woud der der verwachting. Als geïnteresseerde in geschiedenis vond ik dat een prima boek, al weet ik eigenlijk niet meer waarom ik niet meer van haar ben gaan lezen...

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…