Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. De avonden. Amsterdam: Rubinstein, 2000 (1949).

Gerard Reve. De avonden Wij zijn betekenisjunkies. Althans, dat vond Nietzsche. Althans, zo vat de Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus Nietzsche samen. Niets is zo belangrijk als betekenis, alles moet betekenis hebben, doorlopend proberen we sinds de grote God ons niet meer dealt, omdat hij immers dood is, ergens anders ons felbegeerde shotje betekenis te vinden.

Het lijkt me dat er altijd mensen zijn geweest die meer of minder afhankelijk waren van die betekenis, maar het woord betekenisjunkie lijkt me van uitstek van toepassing op Frits van Egters, de 'held' van De Avonden. Hij leeft temidden van zijn ouders en zijn vrienden die geen van allen erg gelovig lijken te zijn maar ook geen van allen erg lijken te lijden onder de totale betekenisloosheid van het bestaan. Maar Frits lukt dat niet - hij lijdt zoals een junk lijdt die zijn shotje niet kan krijgen, hij loopt rusteloos over straat, gaat het ene na het andere huis binnen, wanhopig op zoek naar iemand die ervoor kan zorgen dat het allemaal niet zo doelloos is. Op het eind wil hij iets zeggen, maar er komt alleen maar onzin uit: alleen mensen kunnen zingen. Is dat wel onzin? Voor een religieuze ziel misschien niet, maar eigenlijk is het toch onzin. Er is geen betekenis.

Het moet inmiddels een jaar of vijftien geleden zijn dat ik De Avonden gelezen heb - wat betreur ik het dat ik niet mijn hele leven een leesdagboekje heb bijgehouden, dan kon ik het nu even nazoeken - maar ik werd getroffen door hoe steengoed dit boek is, hoe rijk van inhoud, hoe subtiel van psychologie (al die vrienden en familieleden, heb ik ooit gezien hoe veel ze eigenlijk van elkaar verschillen) en natuurlijk ook hoe prachtig van taalgebruik. Afgezien van Multatuli is er niemand geweest die zulk fraai Nederlands schreef als Reve. En wat leest hij het trouwens ook mooi voor. Er zijn mensen die ieder jaar rond de kerstdagen De Avonden lezen - ik zou het me eigenlijk ieder jaar willen laten voorlezen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…