4.1.11

Gerard Reve. De avonden. Amsterdam: Rubinstein, 2000 (1949).

Gerard Reve. De avonden Wij zijn betekenisjunkies. Althans, dat vond Nietzsche. Althans, zo vat de Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus Nietzsche samen. Niets is zo belangrijk als betekenis, alles moet betekenis hebben, doorlopend proberen we sinds de grote God ons niet meer dealt, omdat hij immers dood is, ergens anders ons felbegeerde shotje betekenis te vinden.

Het lijkt me dat er altijd mensen zijn geweest die meer of minder afhankelijk waren van die betekenis, maar het woord betekenisjunkie lijkt me van uitstek van toepassing op Frits van Egters, de 'held' van De Avonden. Hij leeft temidden van zijn ouders en zijn vrienden die geen van allen erg gelovig lijken te zijn maar ook geen van allen erg lijken te lijden onder de totale betekenisloosheid van het bestaan. Maar Frits lukt dat niet - hij lijdt zoals een junk lijdt die zijn shotje niet kan krijgen, hij loopt rusteloos over straat, gaat het ene na het andere huis binnen, wanhopig op zoek naar iemand die ervoor kan zorgen dat het allemaal niet zo doelloos is. Op het eind wil hij iets zeggen, maar er komt alleen maar onzin uit: alleen mensen kunnen zingen. Is dat wel onzin? Voor een religieuze ziel misschien niet, maar eigenlijk is het toch onzin. Er is geen betekenis.

Het moet inmiddels een jaar of vijftien geleden zijn dat ik De Avonden gelezen heb - wat betreur ik het dat ik niet mijn hele leven een leesdagboekje heb bijgehouden, dan kon ik het nu even nazoeken - maar ik werd getroffen door hoe steengoed dit boek is, hoe rijk van inhoud, hoe subtiel van psychologie (al die vrienden en familieleden, heb ik ooit gezien hoe veel ze eigenlijk van elkaar verschillen) en natuurlijk ook hoe prachtig van taalgebruik. Afgezien van Multatuli is er niemand geweest die zulk fraai Nederlands schreef als Reve. En wat leest hij het trouwens ook mooi voor. Er zijn mensen die ieder jaar rond de kerstdagen De Avonden lezen - ik zou het me eigenlijk ieder jaar willen laten voorlezen.

Geen opmerkingen: