Doorgaan naar hoofdcontent

Martijn den Ouden. Melktanden. Amsterdam: Querido, 2010.

Martijn den Ouden. Melktanden Het heeft tot 2010 geduurd voordat iemand eens op het idee kwam om het woord 'zwerfkeitjesetend' te gebruiken. Uiteindelijk deed Martijn den Ouden het, in zijn bundel Melktanden, zo'n bundel waar je vrolijk van wordt en die vol staat met regels die een mens onthoudt:

als je misselijk bent moet je zwerfkeitjes eten
ze zijn overal goed voor
zie Jolanda
zij eet zwerfkeitjes

zo'n brede zoete lach op een staatsienekje
het hoffelijk lijfje
hoe hop huppel hop
Va Den Helder
sleept ze haar struikelhaar
naar een natgeregend plein in Driebergen
zwerfkeitjesetend

Het gedicht is heel kenmerkend voor deze bundel, bijvoorbeeld in het achteloos noemen van eigennamen (de enige elementen die met hoofdletters geschreven worden) en vooral in de vrolijkheid. Den Ouden is van 1983, blijkens het omslag net afgestudeerd. Hij heeft dan misschien een beetje lang over zijn studie gedaan, maar er is nog tijd genoeg om zwerfkeitjes te eten.

Ik kreeg deze bundel van de Poëzieclub. Er zat een brief bij van de baas van die club, Ron Rijghard, een generatiegenoot van mij (we hebben één jaar samen college gelopen) die tegenwoordig geloof ik de hoogste bobo in het Nederlandse poëzieland is.

Helaas is Ron Rijghard wel een beetje aan het zeuren. Hij kan het bijvoorbeeld niet nalaten te wijzen op een gedicht waarin het volgens hem 'misgaat' met Den Oudens Sturm und Drang, hij kan het niet nalaten om op te merken dat het bovenstaande gedicht 'hangt op deze openingsregel' en hij spreekt Astrid Lampe tegen die op de achterflap Den Ouden claimt. En dat alles in een brief die zou moeten motiveren waarom wij als trouwe Poëzieclubleden nu uitgerekend deze bundel krijgen toegestuurd. Nee, dan liever Den Ouden:

Lieve vrienden,

Ik weet het, het is koud en het waait hard mar we gaan gewoon, zoals afgesproken, om vier uur naar de speculaasfabriek. Neemt iedereen zijn vriestas met worsten mee! O ja, voor ik het vergeet, het was een cactus. Berta is overleden aan een cactus.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …