Doorgaan naar hoofdcontent

Stanislas Dehaene. Reading in the Brain. The Science and Evolution of a Human Invention. New York: Viking, 2009.

Stanislas Dehaene. Reading in the Brain Alles wat de mens doet en kan is een wonder, als je erover nadenkt. Neem nu lezen. In allerlei kronkelige lijntjes zie je razendsnel en zonder moeite te doen abstracte letters. Dat een a en een A er bijvoorbeeld heel anders uitzien, doet er kennelijk niet eens toe: hAlLo is niet veel moeilijker te lezen dan hallo. Die letters verbind je bovendien al even razendsnel met de klanken waaruit woorden zijn opgebouwd.

Reading in the Brain gaat over dat wonder, het wonder van het lezen, en vooral van de 'laagste' niveaus van lezen - hoe die woorden gedachten vormen, hoe je in je hersenen ingewikkelde betogen als dat van Dehaene kunt onthouden en verwerken, zo ver is de wetenschap nog lang niet. Maar die onderste niveaus zijn fascinerend genoeg.

Zo laat Dehaene zien dat de centra voor het herkennen van letters bij iedereen die lezen kan in hetzelfde hersendeel lijkt te zitten - of het nu Chinezen, Koreanen, Arabieren of Amerikanen zijn. Hoe kan dat? Lezen is duidelijk een menselijke uitvinding en de hersenen een plastisch orgaan? Hoe eindigt het leesgebiedje dan toch altijd op dezelfde plaats? Volgens Dehaene omdat dit een regio is waar mensen van nature driedimensionale eigenschappen van de natuurlijke omgeving mee herkennen. En bijvoorbeeld een T-achtige structuur kunnen zien is heel nuttig als je wil observeren dat iets voor iets anders staat. Zo bestaan alle lettertekens - ook de Chinese karakters - uit kleine primitieve elementjes die terug te voeren zijn op waarschijnlijk aangeboren talenten om de wereld visueel te kunnen ontleden. Het gebied waar die hersencellen zitten, heeft bovendien goede verbindingen met de menselijke spraakcentra. We zijn ook heel goed in het herkennen van gezichten, maar de gezichtscellen zijn minder goed verbonden met spraakcentra, en daarom spelen gezichtsvormen geen rol van betekenis in enig bekend menselijk schriftsysteem.

Dat zijn fascinerende gedachten, en terecht zegt Dehaene op het eind dat het een heel ander licht werpt op de biologie van cultuur. Als zelfs zo'n duidelijke menselijke uitvinding als het lezen zo aantoonbaar ingeperkt wordt door de eigenschappen van onze hersenen, is ook voor andere elementen van de cultuur de gedachte dat 'anything goes' niet haalbaar.

Alles bij elkaar is Reading in the Brain een verrukkelijk boek, al gaat Dehaene naar mijn smaak soms wel erg gedetailleerd in op de hersengeografie of op de juiste methoden om kinderen te laten leren lezen en dyslectici te behandelen. Hij laat bovendien allerlei vragen open. In een hoofdstuk ergens aan het eind behandelt hij het verschijnsel dat jonge kinderen in eerste instantie soms in spiegelschrift schrijven. Evolutionair gezien is het verschil tussen links en rechts niet zo belangrijk (een tijger is links even gevaarlijk als rechts, en vrijwel alles in de natuur is sowieso min of meer symmetrisch) en dus moeten we extra ons best doen om het verschil tussen p en q te leren. Eén vraag beantwoordt Dehaene daarbij niet: als de vorm van onze letters zo is aangepast aan onze aangeboren visuele vermogens, waarom zijn dan niet alle letters symmetrisch, of hebben we paren als p en q niet ergens allang afgeschaft? Er is zoveel om je over te verbazen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …