Doorgaan naar hoofdcontent

Ulrich Matthias. Fajron sentas mi interne. Vieno: Pro Esperanto, 2001 (1990).

Ulrich Matthias. Fajron sentas mi interne Een jongen heeft op school grote moeite met het leggen van sociale contacten. Hij wil wel, maar het lukt hem niet om een gesprekje te voeren. Af en toe uit hij zich daarom schriftelijk, maar doet dat steeds vreselijk onhandig - in een brief aan een meisje op school aan die hij uit het niets voorstelt om een verhouding te beginnen, in een artikel voor de schoolkrant waarin hij uitlegt hoe oppervlakkig alle andere leerlingen zijn. Ook op de universiteit gaat het niet veel beter, totdat hij in aanraking komt met de Esperanto-beweging. Hij leert de taal, en hoewel hij nog steeds met niemand een normale verhouding aanknoopt, ook met de andere esperantisten niet, geeft het ideaal hem een doel in zijn leven.

Fajron sentas mi interne ('Vuur voel ik van binnnen', een regel uit een gedicht van Zamenhof, de bedenker van het Esperanto, dat ook gaat over iemand die zich niet kan uitdrukken tegenover zijn vrienden) wordt in de stukken die ik erover gelezen heb niet alleen beschouwd Alessandro een moderne klassieker van de Espernato-literatuur, maar ook autobiografisch. Dat laatste moet en twijfelachtig genoegen zijn voor de auteur, die zichzelf neer zet als arrogant én labiel - als hij tegen een andere informatiserend was aangelopen, was hij missschien geroeide geworden. Iemand die zich aangetrokken voelt tot een ideaal van ongelimiteerde internationale communicatie terwijl hij in zijn eigen leven niet tot stand brengt. Tegelijkertijd is het natuurlijk knap dat iemand met zoveel eerlijkheid zo'n inkijkje kan geven in zijn eigen enigszins verwrongen en gefrustreerde geest. En daarmee tegelijkertijd in een beweging voor internationaal begrip die meer leden heeft voor wie het begrip in het dagelijks leven moeilijk is. Fajron sentas mi interne doet daarin een beetje denken aan Het Bureau : het is zo eerlijk opgeschreven dast je soms meer begrip krijgt voor de andere personen dan voor de hoofdpersoon.

Reacties

pistike65 zei…
niet alleen beschouwd **Alessandro** een moderne klassieker?

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …