Doorgaan naar hoofdcontent

Ulrich Matthias. Fajron sentas mi interne. Vieno: Pro Esperanto, 2001 (1990).

Ulrich Matthias. Fajron sentas mi interne Een jongen heeft op school grote moeite met het leggen van sociale contacten. Hij wil wel, maar het lukt hem niet om een gesprekje te voeren. Af en toe uit hij zich daarom schriftelijk, maar doet dat steeds vreselijk onhandig - in een brief aan een meisje op school aan die hij uit het niets voorstelt om een verhouding te beginnen, in een artikel voor de schoolkrant waarin hij uitlegt hoe oppervlakkig alle andere leerlingen zijn. Ook op de universiteit gaat het niet veel beter, totdat hij in aanraking komt met de Esperanto-beweging. Hij leert de taal, en hoewel hij nog steeds met niemand een normale verhouding aanknoopt, ook met de andere esperantisten niet, geeft het ideaal hem een doel in zijn leven.

Fajron sentas mi interne ('Vuur voel ik van binnnen', een regel uit een gedicht van Zamenhof, de bedenker van het Esperanto, dat ook gaat over iemand die zich niet kan uitdrukken tegenover zijn vrienden) wordt in de stukken die ik erover gelezen heb niet alleen beschouwd Alessandro een moderne klassieker van de Espernato-literatuur, maar ook autobiografisch. Dat laatste moet en twijfelachtig genoegen zijn voor de auteur, die zichzelf neer zet als arrogant én labiel - als hij tegen een andere informatiserend was aangelopen, was hij missschien geroeide geworden. Iemand die zich aangetrokken voelt tot een ideaal van ongelimiteerde internationale communicatie terwijl hij in zijn eigen leven niet tot stand brengt. Tegelijkertijd is het natuurlijk knap dat iemand met zoveel eerlijkheid zo'n inkijkje kan geven in zijn eigen enigszins verwrongen en gefrustreerde geest. En daarmee tegelijkertijd in een beweging voor internationaal begrip die meer leden heeft voor wie het begrip in het dagelijks leven moeilijk is. Fajron sentas mi interne doet daarin een beetje denken aan Het Bureau : het is zo eerlijk opgeschreven dast je soms meer begrip krijgt voor de andere personen dan voor de hoofdpersoon.

Reacties

pistike65 zei…
niet alleen beschouwd **Alessandro** een moderne klassieker?

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …