Doorgaan naar hoofdcontent

Esther Jansma. Eerst. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2010.

Esther Jansma. Eerst De Nederlandse poëzie is het enige genre dat ik 'bijhoud': ik lees meer verschenen werk dan klassiekers, ik lees bijna geen buitenlandse dichters, ook niet in vertaling. Ik heb voor mezelf een mooie reden bedacht waarom dat zo is: poëzie zit zo dicht op de huid van de tijd, dat je eigenlijk alleen dichters goed kunt lezen die een taal spreken die zo veel mogelijk ook de jouwe is.

Aan de andere kant is 'volgen' een beetje overdreven. In de bijna tien jaar dat ik dit leesdagboekje volg heb ik nog nooit een bundel van Esther Jansma besproken. Ik denk dat ik er wel één gelezen heb, maar dat was dan kennelijk al daarvoor. Dat is jammer, want ze schrijft heel knappe poëzie, met regels om te onthouden. In het bijzonder de volgende ga ik nooit meer vergeten:

vleesnatte messen en jusvette vorken

Het is een regel die in je hoofd kan opkomen als je inderdaad een keer aan een rijk diner zit (ik eigenlijk niet vaak iets met jus meer, maar het komt toch wel eens voor).

Soms voldoet het allemaal wel erg nadrukkelijk aan de conventies van de moderne Nederlandse dichtkunst: fraaie, niet rijmende, niet metrische, maar wel nadrukkelijk ritmische versregels met een wat verknipte syntaxis, zoals in 'tienminutengesprek':

(...)
)verstijfde tegenover de krachten op hun verzoek
aan knielage tafels neergekrompen in stoeltjes geklemde
zorgers voor hun zoon het volgende bereikt.
(...)

Het is in dit geval misschien ook wel een spel, of zelfs een beetje ironisch, om zo verheven te schrijven over zoiets alledaags als het bezoekje dat de ouders brengen aan de docent op de basisschool. Onmiddellijk hierna blijkt ook dat de taal van de moderne onderwijsmanager op de hak genomen wordt:

(...)
)Een. Wij gaan ons best doen omdat wij goed zijn.
Twee. Over een maand weten wij of zijn leven
gaat lukken. Wij melden dat desgewenst schriftelijk.
Drie. Dit is een productafspraak

Ook dat zijn regels om te onthouden en af en toe te citeren. Dit is een productafspraak.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …