Doorgaan naar hoofdcontent

Delphine Lecompte. Verzonnen prooi. Utrecht/Leeuwarden: De Contrabas, 2010.

Delphine Lecompte. Verzonnen prooi Welkom in de wereld van Delphine Lecompte:
Binnen wil de oude kruisboogschutter zijn nieuw gereedschap gebruiken,
Dus stampen we de wasmachine in elkaar
In de keuken vallen de kralen van de oude lampenkap
Op mijn lege bord doen ze denken aan hagel in een wit konijn of
Smarties in de sneeuw om een buitenaards wezen te lokken
Ja, ik zeg wel dat ik u welkom heet in deze wereld waarin het kennelijk als een verduidelijking geldt van een beeld om het te vergelijken met smarties die zijn uitgestrooid om marsmannetjes te 'lokken'. Maar ik maak helemaal geen deel uit van die wereld, waarin de oude kruisboogschieter die hier geïntroduceerd wordt regelmatig opduikt in de rol van een gezel en partner. Ik heb zo'n gezel en partner niet en ik heb nog nooit een wasmachine in elkaar gestampt, of iets gedaan dat daar ook maar in de verste verte op lijkt; met niemand.
Je voelt in deze gedichten dat je ergens verkeert aan de onderkant van de samenleving, bij iemand die moet leven temidden van oude lampenkappen waar de kralen van afvallen en in een wereld waar sowieso alles de hele tijd kapot gaat. En waar een dichteres in leeft die er misschien niet het beste van maakt, maar wel goed uit haar woorden kan komen.
Op internet zijn verschillende recensies te vinden van deze bundel. Het valt op dat ze allemaal een beetje vermoeid klinken: een paar gedichten van Delphine Lecompte is wel aardig, maar een hele bundel? Het blijkt bovendien al om de tweede bundel in een jaar te gaan. (Een heel goed stuk over Verzonnen prooi vind ik dat van Willem Thies voor de Contrabas: iemand die heel nauwkeurig leest en zich dan een beetje stoort aan de wat slordige manier van schrijven.)
Ik kan aantonen dat ik die vermoeidheid niet heb. Toen ik ergens halverwege Verzonnen prooi was, heb ik hem laten liggen in de trein. Ik heb hem meteen opnieuw besteld, met ook de eerste bundel erbij, die ik binnenkort ook ga lezen. Want ik heb bij ieder gedicht het gevoel dat dit toch ook mijn wereld is, dat ik die dingen ook had kunnen schrijven, als ik 10 jaar jonger was, en een vrouw, en zonder duidelijke loopbaan tot dan toe:
Na de ziekenhuisopname is de houdbaarheidsdatum verstreken
Van de koeken die ik wilde presenteren aan mijn vader
In de hoop dat hij me zou kunnen vergeven
Dat ik hem een ellendige troubadour en een giftige dwerg heb genoemd
Dat ik zijn vrouw heb vergeleken met een bloeddorstig opperhoofd
Omdat het paste in een gedicht.

Reacties

Koen zei…
Voor mij geheel nieuw. Wat je aan gragmenten noemt: ik kan er wel wat mee, dus ik ga deze duchtig in het achterhoofd houden.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…