6.3.11

Delphine Lecompte. Verzonnen prooi. Utrecht/Leeuwarden: De Contrabas, 2010.

Delphine Lecompte. Verzonnen prooi Welkom in de wereld van Delphine Lecompte:
Binnen wil de oude kruisboogschutter zijn nieuw gereedschap gebruiken,
Dus stampen we de wasmachine in elkaar
In de keuken vallen de kralen van de oude lampenkap
Op mijn lege bord doen ze denken aan hagel in een wit konijn of
Smarties in de sneeuw om een buitenaards wezen te lokken
Ja, ik zeg wel dat ik u welkom heet in deze wereld waarin het kennelijk als een verduidelijking geldt van een beeld om het te vergelijken met smarties die zijn uitgestrooid om marsmannetjes te 'lokken'. Maar ik maak helemaal geen deel uit van die wereld, waarin de oude kruisboogschieter die hier geïntroduceerd wordt regelmatig opduikt in de rol van een gezel en partner. Ik heb zo'n gezel en partner niet en ik heb nog nooit een wasmachine in elkaar gestampt, of iets gedaan dat daar ook maar in de verste verte op lijkt; met niemand.
Je voelt in deze gedichten dat je ergens verkeert aan de onderkant van de samenleving, bij iemand die moet leven temidden van oude lampenkappen waar de kralen van afvallen en in een wereld waar sowieso alles de hele tijd kapot gaat. En waar een dichteres in leeft die er misschien niet het beste van maakt, maar wel goed uit haar woorden kan komen.
Op internet zijn verschillende recensies te vinden van deze bundel. Het valt op dat ze allemaal een beetje vermoeid klinken: een paar gedichten van Delphine Lecompte is wel aardig, maar een hele bundel? Het blijkt bovendien al om de tweede bundel in een jaar te gaan. (Een heel goed stuk over Verzonnen prooi vind ik dat van Willem Thies voor de Contrabas: iemand die heel nauwkeurig leest en zich dan een beetje stoort aan de wat slordige manier van schrijven.)
Ik kan aantonen dat ik die vermoeidheid niet heb. Toen ik ergens halverwege Verzonnen prooi was, heb ik hem laten liggen in de trein. Ik heb hem meteen opnieuw besteld, met ook de eerste bundel erbij, die ik binnenkort ook ga lezen. Want ik heb bij ieder gedicht het gevoel dat dit toch ook mijn wereld is, dat ik die dingen ook had kunnen schrijven, als ik 10 jaar jonger was, en een vrouw, en zonder duidelijke loopbaan tot dan toe:
Na de ziekenhuisopname is de houdbaarheidsdatum verstreken
Van de koeken die ik wilde presenteren aan mijn vader
In de hoop dat hij me zou kunnen vergeven
Dat ik hem een ellendige troubadour en een giftige dwerg heb genoemd
Dat ik zijn vrouw heb vergeleken met een bloeddorstig opperhoofd
Omdat het paste in een gedicht.

1 opmerking:

Koen zei

Voor mij geheel nieuw. Wat je aan gragmenten noemt: ik kan er wel wat mee, dus ik ga deze duchtig in het achterhoofd houden.