27.3.11

Sandro Veronesi. Kalme chaos. Amsterdam: Prometheus, 2010 (2006)

Sandro Veronesi. Kalme chaos

Vertaling: Rob Gerritsen

Een man die net zo oud is als ik, 43, maar die in Milaan woont en een mooie carrière heeft in het bedrijfsleven, zo'n man verliest ineens de vrouw met wie hij al jaren samen is en met wie hij binnenkort al trouwen. Ze sterft in hun vakantiehuis terwijl hij weg is, een andere vrouw redden van de verdrinkingsdood. De man besluit daarop dat hij bij de school van zijn dochtertje zal blijven, iedere dag opnieuw en wat de consequenties ook zijn.

Ik heb een paar jaar geleden de film gezien, maar kan me daar weinig van herinneren. En nu ik het boek gelezen heb, vraag ik me af hoe iemand op het idee komt dít te verfilmen en hoe zo'n film er dan uit moet zien.

Er is de laatste jaren in mijn perceptie vaak sprake van het onderbewuste - niet speciaal het duistere van Freud, maar toch een ongrijpbare kracht die altijd en overal ons feitelijke handelen bepaalt en waar ons bewustzijn maar een beetje achteraan hobbelt. Kalme chaos lijkt me dé roman over dat moderne onbewuste, ja, de titel is een prachtige samenvatting van twee woorden van hoe de mens voortdobbert op een grote zee van gedachten en gevoelens waar hij nauwelijks zicht op heeft.

 Dat geldt in ieder geval voor de hoofdpersoon. Waarom hij in zee springt om die vrouw te redden, waarom hij later seks met haar heeft, waarom hij bij zijn dochtertje blijft, waarom hij de kans op een enorme promotie laat lopen - hij heeft geen idee. En anders dan in oudere, meer op Freud gerichte romans: de lezer eigenlijk ook niet. Dat wil echter niet zeggen dat het verwarrend is, of raar, of experimenteel. Het lijkt allemaal heel logisch en tegelijkertijd begrijp je er niets van.

Wat dat betreft lijkt het einde bijna teleurstellend, als zijn dochtertje hem vertelt dat hij na drie maanden misschien maar niet meer buiten school op haar moet blijven wachten, omdat de kinderen in haar klas haar beginnen te pesten. Die kalme chaos moet hij aan de kinderen overlaten denkt hij dan, en: wat erg dat een 10-jarig kind me dat moet duidelijk maken. Als de schrijver daar aan het woord zou zijn, zou het moralistisch klinken, maar je krijgt in de monoloog die volgt, waarin de hoofdpersoon alle personen uit zijn leven in egedachten toespreekt, uiteindelijk het gevoel dat hij er allemaal uiteindelijk nog steeds niets van begrijpt. Zoals jij ook niet, en ook niet van je eigen leven. En dat het ook eigenlijk wel goed is zo.

Geen opmerkingen: