Doorgaan naar hoofdcontent

Sandro Veronesi. Kalme chaos. Amsterdam: Prometheus, 2010 (2006)

Sandro Veronesi. Kalme chaos

Vertaling: Rob Gerritsen

Een man die net zo oud is als ik, 43, maar die in Milaan woont en een mooie carrière heeft in het bedrijfsleven, zo'n man verliest ineens de vrouw met wie hij al jaren samen is en met wie hij binnenkort al trouwen. Ze sterft in hun vakantiehuis terwijl hij weg is, een andere vrouw redden van de verdrinkingsdood. De man besluit daarop dat hij bij de school van zijn dochtertje zal blijven, iedere dag opnieuw en wat de consequenties ook zijn.

Ik heb een paar jaar geleden de film gezien, maar kan me daar weinig van herinneren. En nu ik het boek gelezen heb, vraag ik me af hoe iemand op het idee komt dít te verfilmen en hoe zo'n film er dan uit moet zien.

Er is de laatste jaren in mijn perceptie vaak sprake van het onderbewuste - niet speciaal het duistere van Freud, maar toch een ongrijpbare kracht die altijd en overal ons feitelijke handelen bepaalt en waar ons bewustzijn maar een beetje achteraan hobbelt. Kalme chaos lijkt me dé roman over dat moderne onbewuste, ja, de titel is een prachtige samenvatting van twee woorden van hoe de mens voortdobbert op een grote zee van gedachten en gevoelens waar hij nauwelijks zicht op heeft.

 Dat geldt in ieder geval voor de hoofdpersoon. Waarom hij in zee springt om die vrouw te redden, waarom hij later seks met haar heeft, waarom hij bij zijn dochtertje blijft, waarom hij de kans op een enorme promotie laat lopen - hij heeft geen idee. En anders dan in oudere, meer op Freud gerichte romans: de lezer eigenlijk ook niet. Dat wil echter niet zeggen dat het verwarrend is, of raar, of experimenteel. Het lijkt allemaal heel logisch en tegelijkertijd begrijp je er niets van.

Wat dat betreft lijkt het einde bijna teleurstellend, als zijn dochtertje hem vertelt dat hij na drie maanden misschien maar niet meer buiten school op haar moet blijven wachten, omdat de kinderen in haar klas haar beginnen te pesten. Die kalme chaos moet hij aan de kinderen overlaten denkt hij dan, en: wat erg dat een 10-jarig kind me dat moet duidelijk maken. Als de schrijver daar aan het woord zou zijn, zou het moralistisch klinken, maar je krijgt in de monoloog die volgt, waarin de hoofdpersoon alle personen uit zijn leven in egedachten toespreekt, uiteindelijk het gevoel dat hij er allemaal uiteindelijk nog steeds niets van begrijpt. Zoals jij ook niet, en ook niet van je eigen leven. En dat het ook eigenlijk wel goed is zo.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …