18.4.11

Alessandro Manzoni. De verloofden. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2004 (1827)

Alessandro Manzoni. De verloofden

Vertaling: Patty Krone en Yond Boeke

Waarom wordt er eigenlijk nooit meer goedmoedig gespot met de hebbelijkheden van gewone mensen, zoals dat in de negentiende eeuwse romans zo veel gebeurde? De doorlopende angst om zich in de nesten te werken van de dorpspastoor; de inspanningen van de man die bezoek krijgt van de kardinaal en dan ook eindelijk iets wil zeggen dat past bij het moment, maar niet veel verder komt dan 'dat spreekt!'; de kwebbelzucht van de huishoudster. Ze onderhouden een lezer aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog steeds — waarom is het dan uit de romankunst verdwenen?

Dat geldt ook voor interessante historische uitweidingen. In De verloofden staat bijvoorbeeld een uitgebreide beschouwing over een zeventiende-eeuwse pestepidemie in Milaan. Die beschouwing gaat in op de sociologie van zo'n epidemie: hoe de deskundigen eerst ontkennen dat er sprake kan zijn van pest, maar allerlei andere diagnoses verzinnen, en hoe ze later weigeren om toe te geven dat ze fout zaten. Hoe ze daarmee ongewild olie gooien op een vuurtje dat onder het volk is aangestoken — een gerucht dat wil dat de epidemie veroorzaakt is door 'smeerders' die moedwillig overal gif op smeren. Hoe moeilijk het vervolgens wordt om niet in dat gerucht te geloven, zelfs niet voor de deskundigen.

Subliem! Kenmerkend voor de negentiende-eeuwse roman, waarvan I promessi sposi het beroemdste Italiaanse voorbeeld is. Maar als onderdeel van de roman bijna geheel verdwenen.

Italianen beschouwen I promessi sposi, na het werk van Dante, als het belangrijkste dat hun literatuur heeft voortgebracht. Het is inderdaad een prachtig boek, vol humor en vol liefde voor de kleine luiden in het noorden van Italië; met een duidelijk en eenvoudig verhaal (twee mensen willen trouwen, maar op bladzijde 1 komt er iets tussen dat een keten van gebeurtenissen inzet, en op de laatste bladzijde trouwen ze). Het is af en toe wel erg katholiek — er komen een paar heilige mannen in voor die dan meteen ook wel heel erg heilig zijn, en zo is er ook een wel heel dramatische bekering van inktzwart naar lelieblank - maar daar leest de moderne Hollandse lezer wel omheen. Er is geloof ik geen enkele bladzijde geweest waarop ik me verveeld heb, ook niet op die waarop een kardinaal figureerde.

Daar komt nog bij dat het boek heel mooi vertaald is, in een klassiek Nederlands dat toch geen imitatie-negentiende-eeuws is. Italianen beschouwen Manzoni ook nog eens de man die het moderne Italiaans geschapen heeft; zelfs dat kun je aan deze vertaling aflezen.

Geen opmerkingen: