Doorgaan naar hoofdcontent

Alessandro Manzoni. De verloofden. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2004 (1827)

Alessandro Manzoni. De verloofden

Vertaling: Patty Krone en Yond Boeke

Waarom wordt er eigenlijk nooit meer goedmoedig gespot met de hebbelijkheden van gewone mensen, zoals dat in de negentiende eeuwse romans zo veel gebeurde? De doorlopende angst om zich in de nesten te werken van de dorpspastoor; de inspanningen van de man die bezoek krijgt van de kardinaal en dan ook eindelijk iets wil zeggen dat past bij het moment, maar niet veel verder komt dan 'dat spreekt!'; de kwebbelzucht van de huishoudster. Ze onderhouden een lezer aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog steeds — waarom is het dan uit de romankunst verdwenen?

Dat geldt ook voor interessante historische uitweidingen. In De verloofden staat bijvoorbeeld een uitgebreide beschouwing over een zeventiende-eeuwse pestepidemie in Milaan. Die beschouwing gaat in op de sociologie van zo'n epidemie: hoe de deskundigen eerst ontkennen dat er sprake kan zijn van pest, maar allerlei andere diagnoses verzinnen, en hoe ze later weigeren om toe te geven dat ze fout zaten. Hoe ze daarmee ongewild olie gooien op een vuurtje dat onder het volk is aangestoken — een gerucht dat wil dat de epidemie veroorzaakt is door 'smeerders' die moedwillig overal gif op smeren. Hoe moeilijk het vervolgens wordt om niet in dat gerucht te geloven, zelfs niet voor de deskundigen.

Subliem! Kenmerkend voor de negentiende-eeuwse roman, waarvan I promessi sposi het beroemdste Italiaanse voorbeeld is. Maar als onderdeel van de roman bijna geheel verdwenen.

Italianen beschouwen I promessi sposi, na het werk van Dante, als het belangrijkste dat hun literatuur heeft voortgebracht. Het is inderdaad een prachtig boek, vol humor en vol liefde voor de kleine luiden in het noorden van Italië; met een duidelijk en eenvoudig verhaal (twee mensen willen trouwen, maar op bladzijde 1 komt er iets tussen dat een keten van gebeurtenissen inzet, en op de laatste bladzijde trouwen ze). Het is af en toe wel erg katholiek — er komen een paar heilige mannen in voor die dan meteen ook wel heel erg heilig zijn, en zo is er ook een wel heel dramatische bekering van inktzwart naar lelieblank - maar daar leest de moderne Hollandse lezer wel omheen. Er is geloof ik geen enkele bladzijde geweest waarop ik me verveeld heb, ook niet op die waarop een kardinaal figureerde.

Daar komt nog bij dat het boek heel mooi vertaald is, in een klassiek Nederlands dat toch geen imitatie-negentiende-eeuws is. Italianen beschouwen Manzoni ook nog eens de man die het moderne Italiaans geschapen heeft; zelfs dat kun je aan deze vertaling aflezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …