30.5.11

Jerry Fodor en Massimo Piattello-Palmarini. What Darwin Got Wrong. London: Profile Books, 2011 (2010).

Sinds Darwin en zijn evolutietheorie telt de biologie mee als een échte 'harde' wetenschap. De evolutietheorie is bovendien, zeker in Amerika, dé testcase voor je wereldbeeld. De religieuze Amerikaan meent dat zij 'slechts een theorie' is, de verlichte Amerikaan weet dat zij als theorie bijna onwankelbaar is en door duizenden feiten wordt gestaafd.

Dan komen daar ineens de bekende filosoof Jerry Fodor en de niet helemaal onbekende bioloog Massimo Piattelli-Palmarini die beweren dat er een gat zit in de theorie, en wel dat 'natuurlijke selectie' niets verklaart, dat het geen harde wet is en dat hij eigenlijk niet nodig is.

Natuurlijk ontstaat er dan onmiddellijk een hoop gekrakeel. Ik heb ongeveer evenveel gelezen op het internet over het boek (bijna alleen slechte, en enorm woedende, recensies) als in het boek. Ik vraag me af of de toon over en weer niet overtrokken polemisch is.

FPP (zoals veel recensenten de auteurs noemen en ik nu dus ook maar) voornaamste bewering is dat natuurlijke selectie geen echte natuurwet is en kan zijn. Het biedt een goed kader voor aannemelijke verhalen achteraf over waarom een ijsbeer wit is, maar het kan geen echte voorspellingen doen. Daarvoor zijn de onderlinge interacties tussen cellen, genen, genomen, organismen en omgeving te veelvoudig en complex: iedere verandering op het ene niveau heeft allerlei implicaties op ieder ander niveau en die zijn over het algemeen niet adaptief. Er is wel evolutie, maar die wordt eerst en vooral ingeperkt door allerlei fysische, fysiologische en andere interne beperkingen op hoe een soort in elkaar kan zitten. En verder is het natuurlijk, en per definitie, zo dat een soort kan overleven in de ecologie waarin hij opgroeit: anders zou hij dood zijn.

Een ander bezwaar dat FPP tegen de theorie van natuurlijke selectie inbrengen, is dat deze gebruik maakt ven het begrip 'selection-for' (een soort wordt geselecteerd voor deze of gene eigenschap). Selection-for kan volgens hen alleen gebeuren door een bewuste geest (God, Moeder Natuur, of wie dan ook) en hoewel het heel logisch klinkt, kan natuurlijke selectie daarom niet echt 'natuurlijk' gemaakt worden. Een hart dat bloed rondpompt, maakt altijd een kloppend geluid, dus correleert overleven niet alleen met dat rondgepompte bloed, maar ook met het kloppende geluid en de natuur kan niet bepalen of een het rondpompen nu de adaptatie is of juist het kloppen. Dit is een punt dat veel recensenten niet lijken te begrijpen en ik trouwens ook maar niet of nauwelijks, ik leg het daarom misschien ook niet goed uit. Het komt er volgens mij op neer dat er in theorie oneindig veel manieren zijn waarop een bepaalde verandering al dan niet als een 'aanpassing aan de omgeving' kan worden beschouwd en dat natuurlijke selectie geen duidelijke voorspellingen doet wat een goede aanpassing is - vooral niet omdat het aanpassingen betreft aan een 'ecologische niche' en die 'niche' zelf bepaald wordt door de soort die erin leeft (wat is er gebeurd met de ecologische niche van de dinosaurus?) Natuurlijke selectie biedt daarom volgens FPP wel vaak een plausibel verhaal achteraf over waarom een soort zo geworden is als het is, maar dat is iets anders dan een wetenschappelijke theorie met voorspellende waarde.

1 opmerking:

Gert Visser Veessen zei

Het is verbazend hoe furieus evolutietheorie-aanhangers reageren wanneer iets of iemand e.e.a. op losse schroeven dreigt te gaan zetten. Van religieuzen kennen we dit soort heftigheid wanneer hun geloofzekerheden serieus op de tocht komen te staan, waarmee het toch wel duidelijk is dat aanhangers van de evolutie-theorie religieus behept zijn. Het gaat dan ook over zeken waarmee alle religies zich bezighouden: waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, wat is waardevol enz. Wat mij betreft: natuurlijk zit er een intelligente kracht achter het leven! Een soort klokkenmaker zeg maar. Het is dwaas om te denken dat iets ultra-complex als "het leven" vanzelf ontstaat.