Doorgaan naar hoofdcontent

Martin Bril. De kleine keizer. Verslag van een passie. Amsterdam: Prometheus, 2008.

Over Napoleon weet ik maar heel weinig. Ik weet eigenlijk alleen dat hij groot enthousiasme teweeg wist te brengen bij allerlei grote mensen in de 19e eeuw, zoals Beethoven en Stendhal en bij allerlei personages in het werk van Tolstoj. En verder heb ik natuurlijk een vage notie van Elba, Waterloo en Sint Helena. Maar het fijne weet ik er nog steeds niet van.

Dat geldt nog steeds nu ik Martin Brils boekje De kleine keizer gelezen heb. Bril vertelt her en der wel iets over het leven van Napoleon, maar de grote lijnen legt hij niet uit, misschien omdat hij die als bekend veronderstelt bij de lezer. Hij richt zich vooral op enkele details uit het leven — gedoe met minnaressen, de tuin die Napoleon in zijn laatste levensjaren op St Helena liet aanleggen — en vooral op wat er nu nog over is.

De titel De kleine keizer is waarschijnlijk bewust dubbelzinnig. Niet alleen was Napoleon klein van gestalte, Bril richt zich bij voorkeur op de kleine aspecten van de grote man: de relatie van een Amstelveense Napoleon-hobbyist met zijn 'bleke' vriendin, de armetierigheid van de Piramide van Austerlitz, de onhandigheid van de jonge Napoleon bij het benaderen van vrouwen.

Waarom nu uitgerekend de 'grote' Napoleon tot een dergelijke 'passie' moet leiden, blijft een beetje onduidelijk. Bril vertelt ergens dat hij verschillende andere hobby's heeft - sportvissen, Elvis - en dat een man nu eenmaal iets nodig heeft om zich in vast te bijten. Dat is nu dan, tamelijk willekeurig, Napoleon geworden: omdat er zoveel boeken over zijn (Bril heeft het opgezocht bij Amazon, maar hoeveel hij er werkelijk gelezen heeft, zegt hij niet), omdat er nog steeds mensen zijn die de Slag bij Waterloo naspelen, enzovoort.

Het blijft daarmee wat mij betreft allemaal wel wat erg klein. Als Bril door een gids wordt rondgeleid in de buurt van Austerlitz, ziet hij ineens ergens een BMW staan waarin een man zich door een vrouw laat bevredigen en raakt hij afgeleid. Dat is kenmerkend voor het hele boekje, en waarschijnlijk voor de hele 'passie': zodra er ergens iets kleins gebeurd laat Bril zich daardoor afleiden. Dat is natuurlijk een perversie van de negentiende-eeuwse passie die zich door niets en niemand liet afleiden en in Napoleon De Grote Man zat, die zich trouwens zelf ook niet snel liet afleiden. Behalve bij Martin Bril: op zijn (fraaie) beschrijving van de Slag bij Waterloo volgt uiteindelijk de conclusie dat Napoleon die slag misschien verloor omdat hij zijn aandacht er die dag niet goed bij kon houden. Hij had teveel last van aambeien.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…