29.5.11

Martin Bril. De kleine keizer. Verslag van een passie. Amsterdam: Prometheus, 2008.

Over Napoleon weet ik maar heel weinig. Ik weet eigenlijk alleen dat hij groot enthousiasme teweeg wist te brengen bij allerlei grote mensen in de 19e eeuw, zoals Beethoven en Stendhal en bij allerlei personages in het werk van Tolstoj. En verder heb ik natuurlijk een vage notie van Elba, Waterloo en Sint Helena. Maar het fijne weet ik er nog steeds niet van.

Dat geldt nog steeds nu ik Martin Brils boekje De kleine keizer gelezen heb. Bril vertelt her en der wel iets over het leven van Napoleon, maar de grote lijnen legt hij niet uit, misschien omdat hij die als bekend veronderstelt bij de lezer. Hij richt zich vooral op enkele details uit het leven — gedoe met minnaressen, de tuin die Napoleon in zijn laatste levensjaren op St Helena liet aanleggen — en vooral op wat er nu nog over is.

De titel De kleine keizer is waarschijnlijk bewust dubbelzinnig. Niet alleen was Napoleon klein van gestalte, Bril richt zich bij voorkeur op de kleine aspecten van de grote man: de relatie van een Amstelveense Napoleon-hobbyist met zijn 'bleke' vriendin, de armetierigheid van de Piramide van Austerlitz, de onhandigheid van de jonge Napoleon bij het benaderen van vrouwen.

Waarom nu uitgerekend de 'grote' Napoleon tot een dergelijke 'passie' moet leiden, blijft een beetje onduidelijk. Bril vertelt ergens dat hij verschillende andere hobby's heeft - sportvissen, Elvis - en dat een man nu eenmaal iets nodig heeft om zich in vast te bijten. Dat is nu dan, tamelijk willekeurig, Napoleon geworden: omdat er zoveel boeken over zijn (Bril heeft het opgezocht bij Amazon, maar hoeveel hij er werkelijk gelezen heeft, zegt hij niet), omdat er nog steeds mensen zijn die de Slag bij Waterloo naspelen, enzovoort.

Het blijft daarmee wat mij betreft allemaal wel wat erg klein. Als Bril door een gids wordt rondgeleid in de buurt van Austerlitz, ziet hij ineens ergens een BMW staan waarin een man zich door een vrouw laat bevredigen en raakt hij afgeleid. Dat is kenmerkend voor het hele boekje, en waarschijnlijk voor de hele 'passie': zodra er ergens iets kleins gebeurd laat Bril zich daardoor afleiden. Dat is natuurlijk een perversie van de negentiende-eeuwse passie die zich door niets en niemand liet afleiden en in Napoleon De Grote Man zat, die zich trouwens zelf ook niet snel liet afleiden. Behalve bij Martin Bril: op zijn (fraaie) beschrijving van de Slag bij Waterloo volgt uiteindelijk de conclusie dat Napoleon die slag misschien verloor omdat hij zijn aandacht er die dag niet goed bij kon houden. Hij had teveel last van aambeien.

Geen opmerkingen: