Doorgaan naar hoofdcontent

Michael Coren. Why Catholics are right. Toronto: McClelland and Stewart, 2011

Ik weet zeker dat ik de enige ben in mijn hele kennissenkring die Why Catholics are right gelezen heeft. Ik vraag me zelfs af of er kennissen van kennissen zijn die het wel gelezen hebben. Ik zou het trouwens ook niemand aanraden.

Ik las dit boekje omdat ik de laatste jaren laten we zeggen nogal veel in katholieke kringen verkeer. Ik wilde dus wel wat meer weten over wat dit geloof precies inhoudt, welke moderne argumenten je kunt geven om in onze huidige tijd katholiek te zijn.

Ik kwam bedrogen uit. Why Catholics are right legt niet zozeer het geloof uit, maar is vooral een antwoord op allerlei kritiek die er de laatste jaren op de katholieke kerk geuit worden, variërend van het kindermisbruik via de positie van de paus tijdens de Tweede Wereldoorlog tot en met het standpunt over anticonceptie. Het is daarbij ook nog eens een overwegend aggressief antwoord, waarbij de motieven van degenen die dit soort vragen stellen bij voorbaat in twijfel getrokken worden. Hoewel het boek zogenaamd geschreven is voor buitenstaanders die zich dit soort vragen stellen - mensen zoals ik - is het daarvoor toch niet echt geschikt. Er wordt niet uitgelegd waarom katholieken zoveel gelijk hebben, er wordt vooral vanuit eraan dat dit inderdaad zo is. Het boekje lijkt me daarom vooral geschikt voor katholieken die worstelen met dit soort vragen en hier kunnen zien dat er iemand is die een sterk antwoord formuleert.

Op een bepaalde manier is het wel fascinerend, zo'n boekje lezen uit een andere, oerconservatieve, in zichzelf gekeerde wereld, een boekje dat niet voor jou bedoeld is. Hoe verschrikkelijk verschillend kunnen mensen toch in het leven staan. In mijn ogen laat Coren vooral zien hoe moeilijk het is om katholiek te zijn. Maar zelf geniet hij er kennelijk van.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…