Doorgaan naar hoofdcontent

Michael Coren. Why Catholics are right. Toronto: McClelland and Stewart, 2011

Ik weet zeker dat ik de enige ben in mijn hele kennissenkring die Why Catholics are right gelezen heeft. Ik vraag me zelfs af of er kennissen van kennissen zijn die het wel gelezen hebben. Ik zou het trouwens ook niemand aanraden.

Ik las dit boekje omdat ik de laatste jaren laten we zeggen nogal veel in katholieke kringen verkeer. Ik wilde dus wel wat meer weten over wat dit geloof precies inhoudt, welke moderne argumenten je kunt geven om in onze huidige tijd katholiek te zijn.

Ik kwam bedrogen uit. Why Catholics are right legt niet zozeer het geloof uit, maar is vooral een antwoord op allerlei kritiek die er de laatste jaren op de katholieke kerk geuit worden, variërend van het kindermisbruik via de positie van de paus tijdens de Tweede Wereldoorlog tot en met het standpunt over anticonceptie. Het is daarbij ook nog eens een overwegend aggressief antwoord, waarbij de motieven van degenen die dit soort vragen stellen bij voorbaat in twijfel getrokken worden. Hoewel het boek zogenaamd geschreven is voor buitenstaanders die zich dit soort vragen stellen - mensen zoals ik - is het daarvoor toch niet echt geschikt. Er wordt niet uitgelegd waarom katholieken zoveel gelijk hebben, er wordt vooral vanuit eraan dat dit inderdaad zo is. Het boekje lijkt me daarom vooral geschikt voor katholieken die worstelen met dit soort vragen en hier kunnen zien dat er iemand is die een sterk antwoord formuleert.

Op een bepaalde manier is het wel fascinerend, zo'n boekje lezen uit een andere, oerconservatieve, in zichzelf gekeerde wereld, een boekje dat niet voor jou bedoeld is. Hoe verschrikkelijk verschillend kunnen mensen toch in het leven staan. In mijn ogen laat Coren vooral zien hoe moeilijk het is om katholiek te zijn. Maar zelf geniet hij er kennelijk van.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…