Doorgaan naar hoofdcontent

Piet Paaltjens. Snikken en grimlachjes. Leiden: DBNL, 2010 (1867).

Snikken en grimlachjes is voor mij misschien wel dé klassieker van de negentiende-eeuwse Nederlandse dichtkunst. Daar kwam ik achter toen ik het boek na waarschijnlijk enkele decennia weer eens las. Je kunt het zelfs bijna geen 'lezen' noemen: door een bundel heengaan die je bijna helemaal uit je hoofd kent, heeft nu eenmaal weinig gemeen met het bestuderen van een geheel nieuwe tekst. Het is moeilijk om de tekst eens als helemaal nieuw te bekijken, alle stof eraf te blazen van de twintig jaar dat ik op een verloren moment - terwijl ik in een rij sta te wachten, als ik niet slapen kan - voor mezelf zeg: "Wel menigmaal sprak de melkman / des ochtends tegen de meid: / 'De stoep is weer nat'. Ach, hij wist niet / dat er 's nachts op die stoep was geschreid." Zoiets lezen is meer een vorm van systematisch herinneren voor mij.

Ik begon aan de bundel omdat hij sinds kort als e-boek verspreid wordt in de zogenoemde Eregalerij van de Nederlandstalige literatuur. En gaandeweg begonnen me toch wel een aantal nieuwe dingen te fascineren. Hoe duidelijk Piet Paaltjens een inspiratiebron is geweest voor vele generaties Nederlandse humoristen in het door elkaar halen van het hogere en het lagere - een grote humoristische fascinatie in dit, mijn land. Net als de neiging tot mystificeren, die hij later natuurlijk nog veel grootscheepser zou botvieren in het Oera Linda Boek, dat je hier zelfs al vagelijk aangekondigd ziet in zijn ironische glorificatie van het Fries verleden.

En verder is er voor de rijpere lezer natuurlijk de vraag of je het feit dat dominee HaverSchmidt ooit zelfmoord zou plegen al aangekondigd kunt zien in deze gedichten, waarin immers regelmatig sprake is van doodsverlangen en zelfs van suïcide. Ik geloof het eigenlijk niet - het was een sfeer die natuurlijk goed paste bij de zwarte romantiek waarvan Paaltjens de Nederlandse, dus ironische, representant was.

Een aspect waarover ik ooit wel een deelstudie zou willen lezen: de Latijnse vertalingen van de gedichten die als het ware door het boek heengestrooid zijn. Ze verhogen de studentikoze sfeer, maar wat moeten ze verder? Wie was die Adriaan die ze gemaakt heeft? (Ook een mystificatie?) Wat verklaart de keuze voor welke gedichten wel of niet vertaald werden? Ik ben met Piet Paaltjens nog lang niet klaar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…