Doorgaan naar hoofdcontent

David Sedaris. When You Are Engulfed In Flames. Hachette Digital, 2011 (2008).

David Sedaris. When You Are Engulfed In Flames Nog voordat ik dit boek uithad, had ik op iTunes al twee eerdere verhalenbundels van David Sedaris als luisterboek gekocht, waarop hij zijn eigen werk voorleest. Sedaris geldt als de grote Amerikaanse humorist van het begin van de eenentwintigste eeuw. Hij geldt als een meesterlijke verteller. Hij geldt als iemand die je gelezen moet hebben, maar die je vooral gehoord moet hebben. En de mensen die dat allemaal zeggen, die weten waar ze het over hebben, die hebben gelijk.

Je krijgt het idee als je When You Are Engulfed In Flames leest, dat dit misschien niet eens Sedaris' beste boek is. Het wordt duidelijk uit dit boek dat hier iemand aan het woord is die zich altijd gepresenteerd heeft als loser, die uit dat loserdom misschien ook wel zijn grootste kracht heeft gemaakt, maar die nu moet wennen aan het feit dat hij businessclass reist dankzij het succes van zijn boeken, dat hij een gelukkige en stabiele relatie heeft en dat hij een man van middelbare leeftijd is die niet maar almaar door kan gaan over zijn jeugd. Als dat al zo grappig is, hoe moet het dan zijn als hij nog schrijft als jonge, onzekere man die zijn publiek nog maar weinig over zijn jonge jaren verteld heeft?

Sedaris is niet alleen grappig, hij is ook een man om van te houden. Hij kokketeert met zijn onhebbelijkheden op een onweerstaanbare manier. De manier waarop hij bijvoorbeeld vertelt over de keer dat hij en zijn man allebei hetzelfde virus krijgen en in een competitie belanden over wie er precies het zieligst is, en wie zich het beste groot kan houden, vond ik onweerstaanbaar. Ik heb naar dit boek vooral 's avonds in bed geluisterd, als het heel warm was in Verona en ik nog niet kon slapen, en ik moest regelmatig hardop lachen, wat hol weerklonk in mijn alom betegelde appartement.

Ik ga die andere boeken dus snel weer beluisteren, net zoals ik me kan voorstellen dat ik af en toe nog weer eens luister naar de essays in dit boek. Ergens halverwege begon mijn iPod vreemde kuren te vertonen, waardoor hij terug naar achteren sprong, waardoor ik bepaalde stukken inmiddels wel drie keer gehoord heb. Dat verveelde in het geheel niet. Ik heb een nieuwe metgezel voor wanneer ik ineens even gegarandeerd wil lachen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …