Doorgaan naar hoofdcontent

Luciano De Crescenzo. Tutti santi me compreso. Milano: Mondadori. 2011.

Luciano De Crescenzo. Tutti santi me compreso Luciano De Crescenzo is geboren in Napels in 1929, ooit opgeleid als ingenieur en sinds dertig jaar schrijft hij boeken over de klassieke mythen, de klassieke filosofie en andere onderwerpen. De boeken zijn enorm populair in Italië, en het is gemakkelijk te begrijpen waarom: De Crescenzo heeft een aangename, persoonlijke toon. Ik heb zijn nieuwste boek, Tutti santi me compreso bijvoorbeeld in een paar uur uitgelezen, terwijl ik nu toch niet echt een heel erg ervaren lezer in het Italiaans ben (dit is geloof ik mijn vierde boek ooit). En tegelijkertijd heb ik er nog wat van opgestoken ook: over enkele van de belangrijkste heiligen van de Rooms-Katholieke Kerk, want daarover gaat het boek officieel. En over hoe een slimme niet al te gelovige Italiaan tegen het geloof aankijkt, want daarover gaat het officieus.

In Tutti santi beschrijft De Crescenzo het leven van een aantal door hem geselecteerde heiligen. Daaronder zitten Grote Namen uit de heiligenwereld zoals Maria, Jozef, Johannes de Doper en Petrus en Paulus, maar ook mindere goden zoals Pacomio en Januarius van Benevento.

De beschrijving van de laatste is een van de hoogtepunten uit het boek. Januarius (San Gennaro) werd door een commissie na het Tweede Vaticaans Concilie in eerste instantie afgeschaft als heilige, omdat er te weinig over hem bekend werd. Na protesten uit Napels, waar hij allerwegen vereerd wordt, mocht hij uiteindelijk toch blijven, maar volgens De Crescenzo als een heilige uit de B-categorie, een die alleen lokaal vereerd mag worden. Volgens De Crescenzo verscheen er overal op de muren van Napels de tekst 'San Gennà, futtatenne' - Napolitaans dialect dat zoveel betekent als 'Sint Janus, laat ze stikken'. (Het is als je dit boek leest wel handig om iemand in de buurt te hebben die af en toe Napolitaans verstaat, althans, het wordt er een stuk grappiger van: De Crescenzo moet het voor de humor wel regelmatig hebben van het komische effect van de verbinding van het heilige van de heiligen en het platte van het dialect.)

Bovenal is het boek een autobiografisch verslag. De Crescenzo is inmiddels al een eind in de tachtig en je krijgt het idee dat hij begint te voelen dat dit weleens een van zijn laatste boeken zou kunnen zijn. Het gaat vaak over zijn herinneringen, aan de oorlog vooral, toen hij met zijn familie schuilde voor de Duitsers in een dorpje buiten Napels, maar het gaat ook vaak over de dood. Al die bespiegelingen verbindt hij dan op een charmante manier aan het leven van de een heilige van dienst. Van die heilige wordt dan een korte biografie gegeven, maar dat wordt slechts zelden een hagiografie – in sommige gevallen vroeg ik me in ieder geval af waarom deze heilige nu zo heilig zou zijn. De Crescenzo vertelt ook ergens dat hij slechts voor vijftig procent gelooft, wat we geloof ik zo moeten interpreteren dat hij helemaal niet echt gelooft, maar zich met de traditie en met de heiligen verbonden voelt; vooral met die van Napels.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…