Doorgaan naar hoofdcontent

Probal Dasgupta. Loghi en homaj lingvoj. La substancisma perspektivo. Novjorko: Mondial, 2011.

Probal Dasgupta. Loghi en homaj lingvoj Ik onderhoud dit weblog nu toch al een aantal jaar, maar heb besloten om iets aan de spelregels te veranderen. Tot nu toe had ik als regel dat ik alleen boeken bespreek die ik 'voor mijn plezier' las en daarmee bedoelde ik: niet voor mijn werk, en daarmee bedoelde ik: niet over taalkunde. Ik kan die regel - die niemand op de hele wereld natuurlijk ooit iets heeft kunnen schelen, behalve mij - niet meer volhouden. Niet alleen dat ik boeken over taalwetenschap net zo goed ook voor mijn plezier lees, maar de scheidslijn tussen de twee activiteiten wordt ook vager.
Neem nu dit boek van Probal Dasgupta, Loghi en homaj lingvoj. Het gaat over taal, is geschreven door een taalkundige, maar is in veel opzichten toch eerder taalfilosofie dan taalwetenschap, al gaan die dingen in elkaar over, zoals ze ieder voor zich bij Dasgupta ook overgaan in literatuurwetenschap, en zelfs ook in literatuur. Ik heb het ademloos gelezen, het gaat vast dingen veranderen in hoe ik nadenk over mijn vak - bijvoorbeeld in het begrip dat er geen 'neutrale' taal bestaat, dat iedere zin, hoe onschuldig hij ook lijkt, behoort tot een bepaald genre, bijvoorbeeld dat van het onschuldige taalgebruik - maar tegelijkertijd heb ik het ook gelezen voor mijn plezier, om me te verheugen in het ingenieuze taalgebruik, en de interessante gedachten die Dasgupta ontwikkelt. Loghi en homaj lingvoj (Wonen in menselijke talen) is vooral ook een persoonlijk boek, waarin je de ene persoon Dasgupta goed leert kennen, iemand die in zo'n dertig jaar een zeer brede blik ontwikkeld heeft op wat taal is: een systeem waarin je als mens woont, maar ook een systeem dat misschien wel nooit helemaal neutraal kan zijn, omdat een neutrale, natuurwetenschappelijke kijk op het menselijk bestaan onmogelijk is. Het enige wat mogelijk is, is dialoog, een voortdurende conversatie tussen verschillende gezichtspunten, die zoveel mogelijk gebruik maakt van vertaling van het ene niveau naar het andere.
De gedachte is ingewikkeld en ik kan er onmogelijk recht aan doen in het soort korte stukjes dat ik normaal gesproken voor dit weblog schrijf. (Ik ga in ieder geval nog een langere recensie schrijven voor het tijdschrift Esperanto.) Maar het boek heeft me geraakt, vooral door de uiteindelijk vooral intieme toon die het heeft. Het vereist enorme inzet van de lezer om alles uit te pluizen, maar uiteindelijk wordt hij beloond met allerlei inzichten in de wereld, de taal, en de persoon van de schrijver.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …