Doorgaan naar hoofdcontent

Stanley Fish. How to write a sentence and how to read one. Harpers and Collins, 2010

Stanley Fish. How to write a sentence and how to read one Mensen die praktisch schrijven over schrijven, hebben vrijwel zonder uitzondering de neiging om te laten merken wat een hekel ze hebben aan grammatica. Het is alsof ze voelen dat de gemiddelde lezer vroeger op school al een grondige afkeer van ontleden heeft ontwikkeld, en dat ze zich nu moeten distantiëren om al hun lezers niet weg te jagen.

Stanley Fish is geen uitzondering: wat een onzin, al die moeilijke taalkundige termen, weg ermee, taal is oneindig veel eenvoudiger. In plaats daarvan komt een ander beeld: een zin is een verzameling logische relaties tussen woorden, een zin geeft een selectie van alles wat er is op de wereld, en een structuur aan die selectie en bovendien een gezichtspunt aan die structuur. Dat laat Fish op een speelse en enthousiasmerende manier zien - die man houdt echt van zinnen - en in die technieken laat hij zijn lezers oefenen. Dat hij ze daarmee een soort eenvoudige grammaticale analyse leert, laat hij buiten beschouwing.

Maar goed, dat vind ik zelf ongetwijfeld alleen maar jammer omdat ik geloof en voel en meen dat kennis van echte syntaxis je nog veel meer kan doen genieten van zinnen. Dat het je beter laat schrijven en beter laat lezen, maar vooral: dat het je een apparaat geeft om preciezer te praten over al die zinnen die er op de wereld zijn.

Verder is schrijven voor Fish vooral een ambacht, zoiets als muziek maken. Je moet in het begin vooral eindeloos vingeroefeningen doen en loopjes oefenen. Als je dan later muziek gaat maken, kun je die oefeningen altijd gebruiken om ineens en moeiteloos ut te kunnen drukken wat je wil zeggen. Daar zit waarschijnlijk wel wat in: ongeveer alles kun je een zeker, minstens acceptabel, niveau brengen dor het veel te oefenen. Wat zou de wereld mooi zijn als iedereen Fish' boek zou lezen en de oefeningen echt zou doen. En dan door zou gaan met het leren van echte syntaxis.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …