Doorgaan naar hoofdcontent

Stanley Fish. How to write a sentence and how to read one. Harpers and Collins, 2010

Stanley Fish. How to write a sentence and how to read one Mensen die praktisch schrijven over schrijven, hebben vrijwel zonder uitzondering de neiging om te laten merken wat een hekel ze hebben aan grammatica. Het is alsof ze voelen dat de gemiddelde lezer vroeger op school al een grondige afkeer van ontleden heeft ontwikkeld, en dat ze zich nu moeten distantiëren om al hun lezers niet weg te jagen.

Stanley Fish is geen uitzondering: wat een onzin, al die moeilijke taalkundige termen, weg ermee, taal is oneindig veel eenvoudiger. In plaats daarvan komt een ander beeld: een zin is een verzameling logische relaties tussen woorden, een zin geeft een selectie van alles wat er is op de wereld, en een structuur aan die selectie en bovendien een gezichtspunt aan die structuur. Dat laat Fish op een speelse en enthousiasmerende manier zien - die man houdt echt van zinnen - en in die technieken laat hij zijn lezers oefenen. Dat hij ze daarmee een soort eenvoudige grammaticale analyse leert, laat hij buiten beschouwing.

Maar goed, dat vind ik zelf ongetwijfeld alleen maar jammer omdat ik geloof en voel en meen dat kennis van echte syntaxis je nog veel meer kan doen genieten van zinnen. Dat het je beter laat schrijven en beter laat lezen, maar vooral: dat het je een apparaat geeft om preciezer te praten over al die zinnen die er op de wereld zijn.

Verder is schrijven voor Fish vooral een ambacht, zoiets als muziek maken. Je moet in het begin vooral eindeloos vingeroefeningen doen en loopjes oefenen. Als je dan later muziek gaat maken, kun je die oefeningen altijd gebruiken om ineens en moeiteloos ut te kunnen drukken wat je wil zeggen. Daar zit waarschijnlijk wel wat in: ongeveer alles kun je een zeker, minstens acceptabel, niveau brengen dor het veel te oefenen. Wat zou de wereld mooi zijn als iedereen Fish' boek zou lezen en de oefeningen echt zou doen. En dan door zou gaan met het leren van echte syntaxis.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…