Doorgaan naar hoofdcontent

Dik van der Meulen. Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker. Amsterdam: Boom, 2010 (2002).

Dik van der Meulen. Multatuli Het zal toch niet waar zijn dat Multatuli langzaam maar zeker vergeten wordt? Het feit dat Max Havelaar vorig jaar 150 jaar geleden verschenen is, is weliswaar een beetje gevierd, maar niet zo grootscheeps als je misschien zou verwachten: ik herinner me geen aankondigingen van tv-programma's (al was het maar Max Havelaar. De musical, geen speciale bijlage van NRC Handelsblad, geen grootschalig Multatuli-feest hier in Leiden. De laatste twee nieuwtjes op website van het Multatuli-museum in Amsterdam stammen uit april 2010 (en het nieuwtje daarvoor uit september 2009).

Aan Dik van der Meulen ligt het in ieder geval niet. Hij publiceerde in 2002 zijn biografie over Multatuli en is volgens Google nog steeds met de man bezig. En die biografie, die ik nu in een elektronische editie gelezen heb, zet in ieder geval aan tot meer lezen: vooral van de Minnebrieven. Die heb ik als scholier gelezen, maar Van der Meulen beveelt ze zo nadrukkelijk op een aantal plaatsen in zijn boek aan als misschien wel het beste dat Multatuli ooit schreef, dat ik daar beslist toch eens kennis van moet nemen.

(En waarom bestaat daar nu nog geen elektronische editie van? Gelukkig heb ik het hele verzameld werk ooit in de ramsj op de kop getikt. En als nuancering voor mijn verontwaardiging over de stilte rond Multatuli moet ik toegeven dat de laatste paar delen nog steeds in het plastic zitten. Om alles te lezen wat je wil lezen is zoveel discipline nodig! En geduld! En ook nog een beetje tijd! Hoe doen de mensen dat toch die alles gelezen hebben?)

Eduard Douwes Dekker was een fascinerende man, die soms vol energie en eerzucht en opschepperij zat, en dan weer dodelijk vermoeid was en pessimistisch. Hij wilde groots leven, hij wilde zichzelf groots maken, en heeft daarbij een aantal grote dingen tot stand gebracht, maar is ook af en toe mislukt. (Zo krijg ik de indruk dat ook Van der Meulen niet door de Milioenenstudiën heen kan komen.) Hij wilde als jonge man graag schrijver zijn, zoals Van der Meulen laat zien, terwijl hij toen hij eenmaal gepubliceerd had, zich minachtend over het vak heeft uitgelaten. En hij is nog steeds een baken van licht in een verder moeilijk doordringbare negentiende eeuw in Nederland.

Van der Meulens boek was een proefschrift en waarschijnlijk heeft hij daarom een soort centrale onderzoeksvraag moeten instellen. Die luidt: wat was de relatie tussen leven en werk bij Eduard Douwes Dekker? Ik vind dat een tamelijk onzinnige vraag, en hij levert volgens mij ook niet zoveel op (als er een conclusie is over die vraag luidt hij geloof ik dat de schrijver heel vaak waargebeurde zaken gebruikte voor zijn werk, al maakte hij daar dan wel vaak een retorisch bepaalde keuze uit.) Bovendien lijkt mij, als leek, het grote probleem bij die vraag dat de scheidslijn tussen het gepubliceerde werk en de brieven bij Multatuli heel vaag is. Van der Meulen wijst er zelf een aantal keer op dat veel van de brieven ook wel voor publiek geschreven lijken. Voor een modern publiek zijn ze misschien zelfs nog wel geschikter, omdat de schrijver zich er (nog) minder van conventies en dergelijke aantrok. Maar als dat zo is, is Van der Meulens (impliciete) keuze om het bij de relatie tussen werk en leven vooral te hebben over het openbare leven van Multatuli: zijn werk in Nederlands-Indië, zijn latere belangstelling voor politiek en godsdienst en dergelijke, eigenlijk ongegrond. Over Multatuli's privé-leven buigt hij zich niet. Zo miste ik bijvoorbeeld wat duidelijker portretten van de twee vrouwen in het leven van Douwes Dekker, Tine en Mimi, die geen van beiden erg uit de verf komen in de biografie, maar toch ook op allerlei manieren belangrijk zijn geweest in en voor het werk.

Een grappig trekje van Dekker dat ik nog niet kende: dat hij veel thee dronk en ter ontspanning over wiskundige problemen nadacht. Dat stemt de fan in mij tot vreugde, want van die twee dingen houd ik ook.

Reacties

Koen zei…
Ik heb het boek ook gelezen http://goo.gl/L4TCs , ik vond het ook de moeite waard. Ik had de Havelaar nog niets eens gelezen dus gebruikte dit als inleiding. De Minnebrieven ga ik zeker ook lezen en Woutertje Pieterse heb ik ook nog in de kast staan. Heb ooit wel eens naar zijn verzameld werk gekeken maar nog geen fijn betaalbare editie gevonden...

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …