9.8.11

Gregson Davis. The Blackwell Companion to Horace. Oxford: Wiley-Blackwell, 2010.

Gregson Davis. The Blackwell Companion to Horace Meer dan vijfentwintig jaar geleden besloot meneer Ubachs dat Horatius mijn favoriete Latijnse dichter was. Hoewel ik achteraf betwijfel of een volledig profiel van mijn persoonlijkheid was meegenomen in dat oordeel, is het een self-fulfilling prophecy gebleken, ik ben altijd meer geīnteresseerd geweest in Horatius dan in andere dichters, ik weet daarom meer van zijn leven en werk dan van anderen, en ik kan het werk daarom beter appreciëren.

Aan de andere kant ben ik onlangs begonnen aan de tamelijk recente Nederlandse vertaling van het werk door Piet Schrijvers en ik merkte dat ik vooral voor de delen van het oeuvre dat ik niet zo goed kende - zoals de zogenoemde Epoden - wel wat meer achtergrond informatie nodig had dan dit boek gaf. Ik besloot het dan ook serieus aan te pakken en las nu, bij wijze van inleiding, de ruim 400 pagina's aan geleerde beschouwingen in The Blackwell Companion to Horace (ik ben zelf hoofdredacteur van een Blackwell Companion to Phonology).

Ik heb veel geleerd dat ik nog niet wist. Dat Horatius ook als hij geen succesvol, door Maecenas beschermd dichter was geweest, als slavenzoon waarschijnlijk tot de hoogste kringen in de Romeinse samenleving was doorgedrongen vanwege zijn grote ambtelijke kwaliteiten, en die van zijn vader. Dat zijn relatie met Maecenas en die met keizer Augustus een gecompliceerde was, en dat je die complicaties in een zorgvuldige analyse van het werk kunt terugvinden. Dat wij moderne lezers vooral getraind zijn in het lezen van romans en daarom geneigd zijn alle literaire teksten als een soort romans tegemoet te treden (vooral over dat laatste ga ik nog veel nadenken.

Af en toe moest ik natuurlijk wat wennen aan het specifieke jargon van de literatuurwetenschappers, ik lees hun werk nu eenmaal moet vaak, en ik vond ook niet alles even interessant, maar bij elkaar genomen is het toch ook interessant om te zien hoe zo'n vak toch almaar groeit en een steeds preciezer, maar nooit voltooid portret van, in dit geval, Horatius geeft.

Op school had mijn waardering voor Horatius vooral te maken met zijn vormexperimenten. Ik probeerde verschillende van die gedichten, in steeds een ander ingewikkeld metrisch patroon geschreven, vormvast in het Nederlands te vertalen. Inmiddels begin ik ook de inhoud te zien. Mijn leven zal een leven zijn met Horarius altijd ergens op de achtergrond. Met dank aan meneer Ubachs.

Geen opmerkingen: