Doorgaan naar hoofdcontent

Kakuzo Okakura. The Book of Tea. Project Gutenberg, 2001 (1906)

Kakuro Okakuzo. The book of tea Er gaat niets boven een kop thee. De zogenoemde 'theemeesters' in Japan ontwikkelden een ritueel voor het serveren van thee dat volgens Kakuzo Okakura nauwe banden vertoont met het Taoïsme en met Zen. De thee wordt geserveeerd in een aparte Theems er, die liefst los staat van het huis. De theemeester heeft de kamer en het pad naar de kamer zorgvuldig schoongemaakt en de ruimte smaakvol gedecoreerd met bijvoorbeeld een eenvoudig maar passend bloemstuk. Zo zijn er pook allerlei regels over hoe men de ruimte binnentreedt, de thee maakt, enzovoort. Onderwijl zwijgt men.

Okakura schreef zijn essay in 1906 om het 'theisme' uit te leggen aan westerlingen. Japan werd overspoeld et Westerse cultuur terwijl in Okakura 's ogen de eigen cultuur van het ogen geminacht werd. Hij stelde daar dit boekje tegenover, een kleinood, geschreven in heel elegant Engels: "Those of us who know not the secret of properly regulating pur own existence on this tumultuous sea of foolish troubles which we call life are constantly in a state of misery while vainly trying to be happy and contented."

De grootste openbaring was voor mij de manier waarop Okakura beschrijft hoe een Japanner kijkt (honderd jaar geleden keek) naar het huis van een westerling, waar zo enorm veel te zien is, overal schilderijen hangen én bloemen, en allerlei andere objecten te zien zijn in wat voor de theemeester een wezenloos vertoon van rijkdom is. "One cannot listen to different pieces of music at the same time". Dit pleidooi voor concentratie en tegen multitasking is alleen maar urgenter geworden; als ik het goed zie ook in Japan zelf, waar de manga vandaan komt en ooit de Sony walkman. Wie drinkt er nog weleens alleen maar een kop thee?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…