Doorgaan naar hoofdcontent

Mark Twain. The Adventures of Huckleberry Finn.

Mark Twain. The Adventures of Huckleberry Finn Heel veel literatuur gaat over verhalen, heel veel literatuur gaat vooral over de manier waarop mensen zich bizar gaan gedragen omdat ze in boeken gelezen hebben dat het zo hoort: Don Quichotte en Madame Bovary zijn de bekendste voorbeelden, maar Tom Sawyer is er ook een. Hij wil alles volgens het boekje doen, dat wil in zijn geval zeggen: avonturenromans. En dat betekent weer dat alles zo ingewikkeld mogelijk moet gebeuren, precies volgens het boekje. Als de oude Jim uit zijn gevangenschap bevrijd moet worden, mag hij niet zomaar door de deur naar buiten lopen, maar hij moet per se eerst enkele wanhopige kreten in stenen bijtelen en daarna zich een weg naar buiten graven.

Tom Sawyer is niet de held van The Adventures of Huckleberry Finn — de titel zegt het al. Sterker nog, als Tom opduikt, wordt het boek een beetje vervelend, vooral omdat het daarvoor zo geslaagd was, met die ontroerende, subtiele schets van de relatie tussen Huck Finn en de 'neger' Jim. Huck die eigenlijk wel weet dat zijn 'geweten' hem voorhoudt dat hij de weggelopen slaaf Jim eigenlijk moet aangeven — want wat heeft diens baas hem eigenlijk ooit aangedaan? Maar die het toch niet doet, omdat hij besluit maar een slecht mens te blijven als Jim hem zijn enige vriend noemt. Huck die eigenlijk veel slimmer is dan de meeste bedriegers om hem heen, maar niet zo slim dat hij dat zelf in de gaten heeft.

In Amerika is er allerlei trammelant ontstaan vanwege het woord nigger dat zo vaak in het boek voorkomt en op taboes stuit. Die trammelant past in zekere zin wel bij Huckleberry Finn. Mensen die vinden dat zo'n boek zonder zo'n aanstootgevend woord uitgegeven moet worden, omdat het racistisch is, leven in zekere zin ook in een wereld waarin de idealen belangrijker zijn dan de realiteit, waarin alles moet gebeuren volgens het boekje, ook al zou het voor iedereen rustiger en praktischer zijn om je van die idealen op dit punt niet veel aan te trekken, bijvoorbeeld omdat er hogere idealen gediend moeten worden. Die mensen zijn eigenlijk de Tom Sawyers van deze wereld. Ik begrijp er niet veel van, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik even onnozel ben als Huckleberry Finn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …