Doorgaan naar hoofdcontent

Thomas Mann. Buddenbrooks. Verfall einer Familie. Berlin: S. Fischer Verlag, 2010 (1901)

Thomas Mann. Buddenbrooks. Verfall einer Familie Thomas Mann was tweeëntwintig toen hij Buddenbrooks schreef en hij had alles gezien en nog veel meer gehoord. Hij had gekeken in de diepten van het verval, in de onmogelijkheid van voortdurende discipline, hij was in staat om een generatieconflict van alle mogelijke kanten te bekijken en hij kende alle registers van zijn moedertaal.

De laatste telg van het geslacht Buddenbrooks, Hanno, heeft een aantal keer het gevoel dat hij de tjd zou willen kunnen stilzetten, terwijl hij tegelijkertijd nauwkeurig bijhoudt hoe lang er nog rest van de vakantie of het vredige tekenuur. Die ervaring had ik ook bij Buddenbrooks. Vrijwel iedere scène grijpt aan of boeit in ieder geval, vanaf de eerste tot en met de laatste bladzijde is het permanent raak, maar doorlopend hield ik bezorgd in de gaten hoeveel bladzijden ik nog mocht. Uiteindelijk heb ik vier vakantiedagen met Buddenbrooks doorgebracht, vier prachtige dagen die mijn leven verrijkten. Als alle leesdagen zo waren, zou een mens nooit iets anders willen dan lezen: ooit za. er voldoende wereldliteratuur op het hoogste niveau zijn waarin dat doel bereikbaar is.

Tegelijkertijd is dat natuurlijk het decadente gevoel waartegen de een na laatstegeneratie Buddenbrook, Thomas, strijdt, de man die levenslang alle neigingen - de liefde voor het bloemenmeisje, de fascinatie voor Schopenhauer - terzijde schuift in doel van het Werk en de Firma en die ten onder gaat omdat hij inziet dat het niet meer is op te brengen.

Er zijn weinig boeken die de zinloosheid, de tragedie van het alledaagse getob beter uitdrukken dan Budenbrooks. Thomas maakt zich zorgen over de positie van zijn familie in de stad, en of hij er wel representatief genoeg uitziet, tot hij op straat voorover valt, bezweken aan kiespijn. Zijn zoon maakt zich druk over een mondeling examen Latijn en krijgt de tyfus. Het helpt dat het zich allemaal enerzijds in het verleden afspeelt - ook voor Manns eerste lezers, de laatste gebeurtenissen in het boek zijn nog dertig jaar voor het verscheen - terwijl tegelijkertijd alles op een bepaalde manier nog zo is als nu: het verlangen naar eindeloze vakantie, het lijden bij de tandarts, de vrouw die nooit echt lijdt omdat ze al het lijden dat zich aan haar voltrekt zo mateloos interessant vindt. En de man die zich, al is het maar voor even, volkomen verliest in een boek, waarvan hij een nachtlang gelooft dat het zijn leven verandert.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …