2.8.11

Thomas Mann. Buddenbrooks. Verfall einer Familie. Berlin: S. Fischer Verlag, 2010 (1901)

Thomas Mann. Buddenbrooks. Verfall einer Familie Thomas Mann was tweeëntwintig toen hij Buddenbrooks schreef en hij had alles gezien en nog veel meer gehoord. Hij had gekeken in de diepten van het verval, in de onmogelijkheid van voortdurende discipline, hij was in staat om een generatieconflict van alle mogelijke kanten te bekijken en hij kende alle registers van zijn moedertaal.

De laatste telg van het geslacht Buddenbrooks, Hanno, heeft een aantal keer het gevoel dat hij de tjd zou willen kunnen stilzetten, terwijl hij tegelijkertijd nauwkeurig bijhoudt hoe lang er nog rest van de vakantie of het vredige tekenuur. Die ervaring had ik ook bij Buddenbrooks. Vrijwel iedere scène grijpt aan of boeit in ieder geval, vanaf de eerste tot en met de laatste bladzijde is het permanent raak, maar doorlopend hield ik bezorgd in de gaten hoeveel bladzijden ik nog mocht. Uiteindelijk heb ik vier vakantiedagen met Buddenbrooks doorgebracht, vier prachtige dagen die mijn leven verrijkten. Als alle leesdagen zo waren, zou een mens nooit iets anders willen dan lezen: ooit za. er voldoende wereldliteratuur op het hoogste niveau zijn waarin dat doel bereikbaar is.

Tegelijkertijd is dat natuurlijk het decadente gevoel waartegen de een na laatstegeneratie Buddenbrook, Thomas, strijdt, de man die levenslang alle neigingen - de liefde voor het bloemenmeisje, de fascinatie voor Schopenhauer - terzijde schuift in doel van het Werk en de Firma en die ten onder gaat omdat hij inziet dat het niet meer is op te brengen.

Er zijn weinig boeken die de zinloosheid, de tragedie van het alledaagse getob beter uitdrukken dan Budenbrooks. Thomas maakt zich zorgen over de positie van zijn familie in de stad, en of hij er wel representatief genoeg uitziet, tot hij op straat voorover valt, bezweken aan kiespijn. Zijn zoon maakt zich druk over een mondeling examen Latijn en krijgt de tyfus. Het helpt dat het zich allemaal enerzijds in het verleden afspeelt - ook voor Manns eerste lezers, de laatste gebeurtenissen in het boek zijn nog dertig jaar voor het verscheen - terwijl tegelijkertijd alles op een bepaalde manier nog zo is als nu: het verlangen naar eindeloze vakantie, het lijden bij de tandarts, de vrouw die nooit echt lijdt omdat ze al het lijden dat zich aan haar voltrekt zo mateloos interessant vindt. En de man die zich, al is het maar voor even, volkomen verliest in een boek, waarvan hij een nachtlang gelooft dat het zijn leven verandert.

Geen opmerkingen: