Doorgaan naar hoofdcontent

Plato. Feest / Feest / Euthyfron / Sokrates' verdediging / Kriton / Faidon. Amsterdam: Athenaeum, 2009 (4e eeuw vChr.)

Plato. Feest

Vertaling: Gerard Koolschijn

Socrates moet aantrekkelijk zijn geweest voor de jonge, opstandige aristocratische jeugd van Athene. Hun toekomst, een toekomst waarin zij vanwege hun afkomst vanzelfsprekend de macht zouden hebben, was hun ontnomen door de nieuw ingestelde democratie. Hier was iemand die hun nieuwe argumenten aanreikte waarom zij de baas zouden moeten zijn - niet de adel van geboorte, maar de adel van de geest, die toevallig vooral veel voorkwam bij degenen die de eerste adel al hadden. Hier was iemand die hun redenen aanreikten om de gewone burger belachelijk te vinden, en de zittende macht ook — zij hadden geen idee hoe de zaken 'eigenlijk' in elkaar zaten —, en ook een methode om die belachelijkheid aan te tonen — de 'Socratische' methode. Hier was iemand die door de burgerij werd gehaat en die zij dus omarmden.

Socrates moet bovendien slim zijn geweest. Vijfentwintighonderd jaar na dato spat de intelligentie nog van de pagina's af. Hij had een filosofie die opstandigen van aard altijd zal aanspreken. Een belangrijke rol speelt daarbij de gedachte dat niets is zoals het in eerste instantie lijkt. De beroemde metafoor van de grot (wij leven in een grot en zien niet de werkelijkheid zelf maar slechts schaduwen ervan op de wand van de grot) komt in deze bundeling van vertalingen weliswaar niet voor, maar wel een aantal andere metaforen die erop wijzen. Bovendien is de socratische methode er natuurlijk op gebaseerd: te laten zien dat je misschien denkt dat het A is, maar dat het allemaal feitelijk -A is.

Mooi is bijvoorbeeld de gedachte dat bovenop de stratosfeer nog een laag is waarop weer andere, nog betere mensen leven, die nog vrijer zijn. Voor die mensen zijn wij wat de oceaanbewoners voor ons zijn: we bewegen ons traag voort in een wereld die constant wordt aangevreten door de lucht, zoals de zee daar beneden nog erger knabbelt.

Wie Socrates volgt, kan zichzelf dus slimmer voelen dan zijn medeburger, en dat dan vooral door toe te geven dat hij het zelf eigenlijk ook niet allemaal weet. Het valt wel te begrijpen hoe irritant dat was.

De vertaler Gerard Koolschijn heeft het ook niet zo heel erg op met Plato en Socrates. Ze waren uiteindelijk antidemocratisch, merkt hij op. Toch heeft hij deze vijf teksten, die samen een soort evangelie geven, een beschrijving van de laatste paar maanden van Socrates' leven alsmede van zijn dood, heel knap vertaald. De tekst leest alsof hij gisteren geschreven is, maar zonder hinderlijke anachronismen. Het gaat Koolschijn geloof ik vooral om het schrijverschap van Plato en dat is ook krachtig. Je krijgt het gevoel dat je nog steeds in de kring rond Socrates kunt verkeren en dat je waanwijze beschouwingen als de bovenstaande kunt ophangen alsof je er zelf bij geweest bent.

Interessant is bijvoorbeeld hoe de vorm zich spiegelt in de inhoud. De metafoor over een aarde die uit allerlei lagen bestaat waarbij de bewoners op de bodem van de oceaan, op de bodem van de aarde en op de bodem van de stratosfeer allemaal het gevoel hebben op de buitenste korst te zitten, wordt weerspiegeld in de structuur van het verhaal: Plato vertelt over wat een vriend vertelde dat Socrates zei. (En als het over de liefde gaat, brengt Socrates zelf dan weer verslag uit van wat Diotima hem geleerd heeft: dat de Liefde niet mooi is, zoals iedereen natuurlijk denkt, maar juist lelijk; en dat met een onweerstaanbare redenering.)

Ik heb Plato twintig jaar geleden gelezen en hoewel ik toen ongetwijfeld ontvankelijker zou zijn geweest voor een levende en redenerende Socrates - ik heb gelukkig een paar zwakkere afschaduwingen als leermeester gekend - was ik nog niet rijp om Plato te lezen. Ik ergerde me aan Socrates' gesprekspartners, die zo weinig tegen de goeroe wisten in te brengen. Maar inmiddels moet ik toegeven dat ik zelf vaak ook niet weet wat je precies tegen Socrates zou kunnen zeggen (gegeven bepaalde als vaststaand aangenomen principes natuurlijk). Ik zou nu zelf ook met mijn mond vol tanden staan, en Socrates zou ook een horzel zijn geworden in mijn pels.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …