Doorgaan naar hoofdcontent

Gary Hayden and Michael Picard. Ce livre n'existe pas. Paradoxes, énigmes mathématiques et énigmes philosophiques. Paris: Marabout, 2009.

Gary Hayden and Michael Picard. Ce livre n'existe pas Hier is een voorstel. Ik gooi een muntje op. Als kop de eerste keer bovenkomt, krijgt u een euro en is het spel afgelopen. Bij munt gaan we nog een keer door. Als kop de tweede keer bovenkomt, krijgt u twee euro en is het spel opgehouden; bij munt blijven we doorgaan. Als kop de derde keer bovenkomt krijgt u vier euro; bij kop de vierde keer krijgt u acht euro, enzovoort. Hoeveel zou u willen inzetten? Honderd euro?

Volgens een bepaalde berekening zou het verstandig zijn om een willekeurig hoog bedrag in te zetten. Er is immers geen limiet aan hoeveel er te winnen is met dit spel. Toch voelt het op de een of andere manier niet juist; weinig mensen zullen bereid zijn om inderdaad, zeg, honderd euro in te zetten voor een spel waar ze vijftig procent kans hebben om slechts één euro te winnen (en als ik het goed zie niet meer dan een procent om het hele bedrag terug te winnen) -- ook al zijn er dan ook heel kleine kansen om duizelingwekkende bedragen te winnen die wiskundig gezien de kans op verlies in de schaduw te stellen.

Deze puzzel (de 'paradox van Heidelberg') is een van de tientallen 'paradoxen en raadsels' die aan de orde komt in Ce livre n'existe pas. Al die paradoxen bij elkaar hebben voor mij iets rustgevends. Dat komt geloof ik door mijn wereldbeeld. Ik heb het idee dat de meeste mensen tamelijk precies weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit, dat bijvoorbeeld voor de wetenschappers het uitvoeren van onderzoek niet veel meer is dan het invullen van wat ontbrekende details. Terwijl ikzelf volkomen in het duister tast, zelfs over het grotere kader waar die details in zouden moeten passen. Het is dan prettig om te lezen dat er bepaalde fundamentele kwesties zijn die niemand echt begrijpt. Dat er bijvoorbeeld weinig in de bekende natuurwetten is dat verbiedt dat we ooit terugreizen in de tijd, terwijl niemand weet hoe dat dan moet als iemand besluit zijn eigen opa te gaan vermoorden, of zelfs waarom er dan nog nooit ergens tijdtoeristen uit de toekomst zijn aangetroffen. Alle oplossingen op dat probleem zijn, in ieder geval zoals Hayden en Picard ze uitleggen, lapmiddelen: er is tóch iets dat tijdreizen verbiedt, of je mag wel reizen maar dan mag je niks doen, enz.

Ik weet eigenlijk niet hoe die andere mensen over dat soort paradoxen denken, de mensen die op mij de indruk wekken dat ze precies weten hoe een en ander in elkaar zit. Misschien halen ze er hun schouders over op; misschien ook vergis ik me wel en tast feitelijk iedereen zo in het duister, en maak ik zelf juist ook de indruk het allemaal precies te weten. Wie zal het zeggen.

Die lapmiddelen begonnen me in dit boek wel af en toe tegen te staan. Over de paradox van Petersburg zeggen Hayden en Picard bijvoorbeeld alleen dat de hoeveelheid geld in de praktijk niet oneindig is en dat 20 miljoen winnen niet per se prettiger is dan 10 miljoen euo winnen, of dat winnende loten zeldzaam zijn. Maar dat laatste - waar volgens mij de crux in zit - wordt nauwelijks uitgewerkt. Zo blijft Ce livre n'existe pas vooral een parade van allerlei grappige paradoxen en puzzels — een uurtje amusement voor de blinden die wandelen door het duister van de werkelijkheid.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …