Doorgaan naar hoofdcontent

Giovanni Filocamo. Il matematico curioso. Milano: Kowalski, 2010

Wiskundeboeken zijn zo te zien populair in Italië, de laatste jaren. Wat voor sociologische verklaring je daarvoor zou kunnen geven, ik weet het niet, althans ik kan van alles verzinnen dat perfect van toepassing zou zijn (in tijden waarin mensen politieke en maatschappelijke corruptie beginnen te voelen, krijgen ze een hang naar de zuiverheid van de wiskunde), maar zodra je zoiets empirisch gaat bekijken, zakken dat soort analyses meteen door hun hoeven: gaat publieke belangstelling voor wiskunde samen met maatschappelijke onrust? Nee. Zijn onrustige samenlevingen bijzonder gevoelig voor wiskunde? Ook niet.

Ik heb zelf in ieder geval het afgelopen jaar enkele populair-wetenschappelijke boeken over wiskunde gelezen. Il matematico curioso, een boek van de jonge Italiaanse natuurkundige Giovanni Filocamo. Ik deed dat voor een deel ook om oneigenlijke redenen: ik wil mijn Italiaanse woordenschat wat vergroten en daarom wat meer Italiaanse boeken lezen over allerlei onderwerpen.

Il matematico curioso leek daarvoor een geschikt boek: de wiskunde is zeer eenvoudig, ik heb geloof ik niets gelezen dat ik niet al eens gelezen had. Tegelijkertijd is dat geloof ik ook het nadeel: dit boek is van vorig jaar en stamt dus van midden in de vloed aan Italiaanse of in het Italiaans vertaalde boeken en het biedt weinig nieuws. Het recept: de auteur neemt zaken uit het dagelijks leven en legt uit hoe daar toch ook een wiskundig kantje aan zit. Dat dagelijks leven is in dit geval dan weliswaar Italiaans — er staat bijvoorbeeld een beschouwing in over de vraag hoe je zo sterk mogelijke koffie maakt. Maar het blijft oppervlakkige wiskunde over niet erg opwindende gebeurtenissen en opgeschreven in een stijl die leesbaar is en helder, maar ook niet meer dan dat. Il matematico curioso wil zelf geen leerboek zijn, maar is wel volgens de boekjes geschreven. Gelukkig dat ik dan ook een heel ander doel had: zoveel mogelijk nieuwe woorden leren. Typisch een schools doel, en daar is Filocamo de juiste auteur voor.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…