Doorgaan naar hoofdcontent

Lucebert. op mijn rug rust de wind. drie voordrachten uit 1949. Rimburg: Huis Clos, 2011

Met mijn vriend W. heb ik het de afgelopen maanden veel over waanzin gehad. Een gek - een psychoot om precies te zijn? - ziet de wereld anders, maar wat betekent dat? Om te beginnen weet niemand wat de werkelijkheid is. Hoe langer en dieper je nadenkt over de eenvoudigste dingen – de tijd, de ruimte, de taal – hoe duidelijker het wordt dat we eigenlijk niets begrijpen en niets weten. Normaal zijn betekent volgens W.: je daarom vasthouden aan conventies. Je observeert de klok en de kalender en je pretendeert daarmee, ook voor jezelf, dat je daarmee weet wat tijd is, ja, deze zelfs onder controle hebt.

Waanzin betekent dat je die conventies om wat voor reden dan ook verliest. Je spiegelt je gedachten niet meer aan die van anderen, je komt ineens los te staan, en komt in het moeras van de onzekerheid. Meteen beginnen gekken hun eigen zekerheden te creëren, die los staan van de conventionele: dat is de waanzin. De mystiek lijkt in deze visie veel op de waanzin: ook daar raak je los van al die conventies en kom je terecht in de absolute vrijheid.

In eerste instantie spraken we vooral over dit onderwerp omdat W. er een boek over aan het schrijven is. Inmiddels is het mij beginnen te fascineren. En zoals dat gaat: ineens zie ik overal bevestiging voor die stelling van W.

Ik kocht zondag op een boekenbeurs bijvoorbeeld op mijn rug rust de wind, een fraai uitgegeven boekje met drie nog niet eerder uitgegeven lezingen van Lucebert aan het eind van de jaren veertig. Vooral in de laatste lezing, die hij gaf voor studenten van de Rietveld Academie (die toen nog niet zo heette) geeft Lucebert een fascinerend inkijkje in zijn denken over zijn eigen poëzie. Er zijn hemelse dichters, zegt hij, en aardse dichters. Maar er zijn ook helse dichters, dichters van het riool:

"Wij hebben uiterst geraffineerd hygiënisch ingerichte wc's, maar we hangen er het liefst verjaarskalenders in op om toch vooral de tijd en de economie niet te vergeten. De riolen, in godsnaam natuurlijk, blijven buiten ons gezichtsveld, we zijn als de dood zo bang voor de riolen, ik zeg, als de dood zo bang. Want in de onderwereld, in de hel alleen heeft eenieder de kans de duivel of zijn dood z'n nek om te draaien. Daarboven, boven de riolen, in de geordende samenleving, hoor je alleen maar de centen rammelen.

In een begeleidend essay wijst de Lucebert-kenner Jan Oegema erop hoe dicht Lucebert hiermee in d buurt van Kierkegaard en de mystiek komt, maar voor hetzelfde geld kun je zeggen: in de buurt van de waanzin en mijn vriend W. Zelfs de kalenders waar we ons aan vastgrijpen (en de centen, ook zo'n conventie waarvan we met zijn allen doen alsof het echt iets is dat in de plaats kan staan van het ongrijpare begrip waarde) ontbreken niet. En daarmee wordt inderdaad ineens ook veel duidelijk over de poëzie van Lucebert, die almaar, almaar los wil breken van alle orde, terug de mystiek in, terug de waanzin in.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…