Doorgaan naar hoofdcontent

Jeroen Brouwers. Mijn Vlaamse jaren. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1978.

Deze week bestaat het Vlaamse tijdschrift Over taal vijftig jaar en ik ga daarom in Gent iets vertellen over hoe er in Nederland vijftig jaar lang naar de taal in Vlaanderen gekeken is. Ter voorbereiding daarop las ik Jeroen Brouwers.

Dat viel niet mee.

In de jaren zestig en zeventig bestond er nog geen internet. Wat moest men toen met de sentimenten die je nu overal in het commentaar-doosje onder willekeurig welk artikel kwijt kan? Men noemde die polemiek en publiceerde hem in kranten of bij De Arbeiderspers. Zowel schrijver als lezer kregen dan het prettige gevoel dat er iemand eens even flink de waarheid werd gezegd, zonder dat de aanleiding nu verder zo vreselijk belangrijk was. Bovendien: het was 'mooi' opgeschreven, en dus diende je ook nog een hoger cultureel doel met je leedvermaak.

De eerste twee delen van Mijn Vlaamse jaren ('Groetjes uit Brussel' en 'Zonder trommels en trompetten') zijn nog saai, al bieden ze een aardig inkijkje in de geest van de polemist: iemand die in de jaren zestig in Brussel rondloopt en helemaal gedrenkt is in de literatuur: kijk, op deze hoek rookte Elschot een sigaretje, en daar haalde Greshoff zijn neus op, en Siegfried van Praag woont hier om de hoek, al heb ik hem nog nooit ontmoet. Wat is dat voor geestesgesteldheid - dat je van literatuur houdt, maar alleen van Nederlandse literatuur? Over een schrijver in enige buitenlandse taal hoor je hem niet, vol als hij is van Ter Braak en Du Perron en Hermans en Mulisch.

Wie in zo'n klein wereldje leeft, moet het op zeker moment ook wel benauwd krijgen. Dat gebeurt dan ook tien jaar later, als Brouwers flink om zich heen begint te meppen in een 'pamflet' tegen Julius Weverbergh, uitgever en schrijver. Brouwers werkte jarenlang voor hem; zijn werk was kennelijk om het Nederlands van Vlaamse schrijvers te corrigeren. Dit is ook meteen zo'n beetje de polemische strekking van het geschrift: dat Vlaamse schrijvers kennelijk gecorrigeerd moeten worden.

Waarom dit zo vreselijk erg is, wordt niet toegelicht. Zelfs als Brouwers niet overdrijft, en hele stukken door redacteuren herschreven moeten worden, is niet meteen duidelijk wie daar dan precies het slachtoffer van is. De lezers hebben een mooi boek, dat ze lekker kunnen lezen. Als dit mooie boeken opleverde, wie maalt daar dan om? Hooguit kan degene die herschreven heeft, zich miskend voelen omdat zijn naam niet op de kaft staat. Als ik het goed zie was dat voor Brouwers ook het grote probleem, dat Jos Vandeloo bejubeld werd, en hij niet.

Maar als ik ook even gemeen mag zijn: volgens mij had Brouwers beter herschrijver kunnen blijven. Voor zover ik zijn werk ken, is hij typisch iemand voor zo'n positie: veel inhoud heeft hij niet, maar hij kan wel alles wat er gezegd moet worden op twintig verschillende manieren opschrijven. Dat laat hij onder andere in dit boek zijn: het zijn allemaal stijloefeningen, dan weer eens een passage van Multatuli, dan weer een van Hermans. Dat gecombineerd met de inhoud van, pakweg, Jos Vandeloo, had heel veel mooie boeken moeten opleveren. Helaas heeft Brouwers zijn talent vermorst doordat hij zijn eigen naam zo graag ook op de kaft van boeken wilde zien verschijnen.

Had het internet in de jaren zeventig al bestaan, dan had Brouwers gewoon voor Weverbergh kunnen blijven werken, om zich 's avonds anoniem uit te leven op zijn eigen weblog, of dat van iemand anders.

Reacties

K. Artman zei…
Na het lezen van uw stukje ben ik blij dat er in de jaren '70 nog géén internet was. Dan had ik het veel moeilijker gehad om al zijn geweldige papieren boeken te lezen èn herlezen. Wie heeft overigens een 'verhaal' nodig als je zo'n talige kunstenaar bent als Brouwers? In het beste geval doet het je wegdromen, maar soms leidt het ook gewoon àf van de literatuur. En wat mij betreft: elke keer weer is het likkebaarden, fijnproeven en genieten! Maar misschien heeft het ook wel met persoonlijke smaak te maken... ;-)

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…