Doorgaan naar hoofdcontent

Karl Popper. The open society and its enemies. Princeton UniversityPress, 1971.

Boeken kun je om allerlei redenen lezen. Om de tijd te verdrijven. Om je blikveld te verbreden. Om ontroerd te raken. Maar het mooiste wat een boek kan bereiken is vast: dat het je wereld blijvend verandert.

The open society is wat mij betreft zo'n boek. Met een heleboel was ik het bij voorbaat al eens - bijvoorbeeld met de gedachte dat wetenschappelijke theorieën nooit meer kunnen zijn dan voorlopige benaderingen van de werkelijkheid - maar dat ik het ermee eens was komt misschien door de heilzame invloed die Popper op mijn eigen leraren gehad heeft.

Maar er waren ook een aantal punten waarop ik me door Popper heb laten overtuigen. Ik had bijvoorbeeld nog nooit eerder zo'n heldere uiteenzetting gelezen over waarom we wat er in de samenleving gebeurt, niet zonder meer kunt reduceren tot de psychologie van de individuele leden van die samenleving (net zo min als je per ze die psychologie kunt reduceren tot de neuronen van het individu).

Een ander punt waarop ik me heb laten overtuigen is dat je eigenlijk geen hooggestemde idealen moet hebben, in de politiek noch in bijvoorbeeld het onderwijs. In het eerste geval is het beter om te proberen zoveel mogelijk leed en ellende op te lossen en te voorkomen. En ook in het tweede geval is het al moeilijk genoeg om zo min mogelijk leed aan te richten bij de jonge eisen die onder je hoede zijn om een en ander ook nog eens te laten verpesten door de wens om hun 'persoonlijkheid volledig te ontplooien'.

Ik wil niet zeggen dat ik het tot vorige week met deze stellingen oneens ben geweest. Ik wil alleen zeggen dat ik ze voortaan in discussies actief zal verdedigen.

Het meest heb ik geleerd en genoten van de toon van het book: het persistent insisteren op rationaliteit, het voortdurend proberen om andermans én je eigen argumentatie zo veel mogelijk aan de oppervlakte te brengen en kritisch te bezien, het gevoel dat je krijgt dat je nergens voor moet terugdeinzen, al is het maar omdat je als individu toch nooit de waarheid in pacht kunt hebben, omdat de waarheid altijd alleen maar in samenspraak en kritisch debat aan de oppervlakte benaderd kan worden.

Ik heb het idee dat Popper langzaam maar zeker in de vergetelheid raakt. Dat komt misschien door zijn radicale afkeer van alle charisma. Hij is nog wel bekend om zijn wetenschapsopvatting, al wordt ook deze geloof ik door sommigen als 'achterhaald' beschouwd (zonder dat duidelijk wordt waardoor het dan precies achterhaald zou zijn). Mij lijkt hij ook als politiek denker, en zelfs als denker over moraliteit, nog altijd van groot belang.

Reacties

Weerleggingen van Popper?

Karl Popper zegt: een uitspraak is pas wetenschappelijk als het de voorwaarde expliciteert voor zijn eigen weerlegging, volgens de formule: ‘Als dit niet blijkt te kloppen, dan deugt mijn theorie niet.’ Een uitspraak moet kunnen gefalsifieerd worden. Duikt er een uitzondering op, dan dient de ‘wet’ onmiddellijk afgevoerd.

Hans van Maanen wijst in zijn boek 'Het kerkhof van de wetenschap' op de manco’s van deze aantrekkelijke theorie. De geschiedenis van de natuurwetenschap toont dat er bij het verwerpen van een theorie, zo blijkt wel uit voorbeelden als flogiston, ether en warmtestof, meer komt kijken dan alleen de foute voorspelling. De theorie kan worden bijgesteld, de waarnemingen kunnen worden betwijfeld, de competentie van de onderzoekers kan ter discussie worden gesteld, enzovoort. Om een standpunt te verdedigen zijn er altijd wel argumenten te vinden, en wetenschap omvat heel wat meer dan alleen weerlegbare uitspraken waarover puur rationeel onderhandeld kan worden. Als dat niet zo was, waren we snel uitgepraat, zegt Van Maanen.

Ook Jaap van Heerden gaat in 'Schrikbewind der verzinsels' in op de onttakeling van Poppers theorie. In de wetenschap laat men zich immers weinig gelegen liggen aan tegenvoorbeelden, zegt hij. En een negatieve uitkomst kan ook geïnterpreteerd worden als weerlegging van de veronderstelling dat de omstandigheden, waaronder het experiment werd uitgevoerd, optimaal waren. Theorieën worden niet aan het risico van weerlegging blootgesteld maar juist zo lang mogelijk tegen dat risico beschermd. En er is nog een probleem, zegt Van Heerden:

"Maar stel je voor dat je een zwarte zwaan vindt, waarom zou je gebonden zijn aan de afspraak dat deze geldt als een weerlegging. Ineens wordt de verleiding levensgroot jezelf uit te roepen tot de ontdekker van een nieuwe vogelsoort."

Popper, kortom, schetste een ideaalbeeld. Maar wetenschap is mensenwerk.
Ja, dat lees je wel vaker, dat de wetenschsfilosofie inmiddels achterhaald zou zijn, omdat we inmiddels weten dat de wetenschap zo niet werkt. Ik geloof dat die kritiek, die deels natuurlijk correcte aanbevelimgen bevat, voorbijgaat aan het feit dat Popper het, in navolging van zijn opponenten in de Weense school, als zijn primaire taak zag te beschrijven wat een wetenschappelijke theorie onderscheidt van metafysica. Hij heeft (daarmee) juist ook heel sterk naar voren gebracht dat wetenschappelijkheid vooral een eigenschap is van een sociaal proces, niet van een resultaat. Dat de Nederlandse denkers Van Maanen en Van Heerden hier aanvullingen op hebben, zou hem niet per ze uit het veld slaan.

Voor Popper was iedere theorie uiteindelijk slechts een benadering van de werkelijkheid. Dat impliceert ook dat je een theorie niet per ze verlaat vanwege een tegenvoorbeeld, al begint op dat moment wel de zoektocht naar een betere theorie.

Maar nu gaat het toch weer over de wetenschapsfilosofie!

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…