Doorgaan naar hoofdcontent

Ramsey Nasr. Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011.

Ramsey Nasr is sinds een paar jaar de Dichter des Vaderlands. Ik heb hem weleens voor horen dragen en af en toe een gedicht in de NRC gelezen, maar deze bundel was de eerste van hem waar ik me in verdiept heb. Hij blijkt in zijn titel vooral het stuk 'Vaderland' heel serieus te nemen.

De vraag is of dat wel echt kan bestaan, een Dichter des Vaderlands. Toen Gerrit Komrij de waardigheid als eerste Nederlander bekleedde, in januari 2000, kon je de naam nog makkelijk als ironisch begrijpen: we leefden nog in een tijd van groot optimisme en een daarmee samenhangende distantie van kwesties als de nationale identiteit.

Dat kan kennelijk inmiddels niet meer. Die nationale identiteit is inmiddels een van de belangrijkste zaken die er zijn, als je de moderne politici mag geloven. Het Vaderland is weer uiterst gewichtig geworden.

Tegelijkertijd trekt dat Vaderland zich maar weinig aan van de dichters, bundels worden niet meer gekocht en tijdschriften worden afgeschaft. Omgekeerd laten de dichters zich ook nog steeds niet veel aan dat vaderland gelegen liggen, wat zouden ze ook, ze zijn toch zeker Horatius niet! Die had nog de dichterlijke taal om dit soort openbare zaken te bezingen, daar is de dichtkunst eigenlijk al eeuwenlang van afgedreven.

Nasr is maatschappelijk betrokken en verontrust door wat er in deze jaren allemaal overal om ons heen gebeurd. Dat is niet zo gek, dat is te prijzen. Het levert misschien vooral gelegenheidsgedichten op, maar je kunt zeggen dat dit ook precies is wat we verwachten van onze Dichter des Vaderlands. Het vreemde vind ik echter dat hij het allemaal zo nationaal ziet, zo als een crisis die zich speciaal binnen de landsgrenzen van Nederland afspeelt. "ik leef in en land / waar de dierenvriend besluit / uit goedheid een andere mens neer te knallen" schrijft hij dan, en: "ik leef in een land / waar de vrome gelovige besluit / uit eerbied het mes in de ketter te planten". Dat zijn allebei naar mijn smaak tamelijk zouteloze beschrijvingen van wat er met Fortuyn en Van Gogh gebeurd is, maar vooral: er wordt net gedaan alsof dit alles iets vreselijk naars is van Nederland, dat speciaal ons land onderscheidt van andere landen. Dat geklaag, dat oprechte gekanker op het eigen land, is volgens mij net zo oud en belegen als het nationalisme zelf.

Ik voel me geloof ik te weinig verbonden met 'het eigen land' om me over dit soort kwesties meer op te winden dan over de Noor Breivik.

Het best is Nasr als hij dat getob over het Vaderland laat voor wat het is en durf om gewoon en alleen maar Dichter te zijn. In zijn cyclus over het schilderij De dame met de weegschaal van Vermeer bijvoorbeeld:

Enkel de bezoekers veranderen. Zij verplaatsen nu en dan de organen
staan stil in hun gesloten systeem van verf en marterharen
openen het raam, spelen luit of gitaar, lezen brieven, scheken melk
of staan bijna levendbarend in de Hollandse kamer.
Zoals deze dame.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …