9.12.11

Ramsey Nasr. Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011.

Ramsey Nasr is sinds een paar jaar de Dichter des Vaderlands. Ik heb hem weleens voor horen dragen en af en toe een gedicht in de NRC gelezen, maar deze bundel was de eerste van hem waar ik me in verdiept heb. Hij blijkt in zijn titel vooral het stuk 'Vaderland' heel serieus te nemen.

De vraag is of dat wel echt kan bestaan, een Dichter des Vaderlands. Toen Gerrit Komrij de waardigheid als eerste Nederlander bekleedde, in januari 2000, kon je de naam nog makkelijk als ironisch begrijpen: we leefden nog in een tijd van groot optimisme en een daarmee samenhangende distantie van kwesties als de nationale identiteit.

Dat kan kennelijk inmiddels niet meer. Die nationale identiteit is inmiddels een van de belangrijkste zaken die er zijn, als je de moderne politici mag geloven. Het Vaderland is weer uiterst gewichtig geworden.

Tegelijkertijd trekt dat Vaderland zich maar weinig aan van de dichters, bundels worden niet meer gekocht en tijdschriften worden afgeschaft. Omgekeerd laten de dichters zich ook nog steeds niet veel aan dat vaderland gelegen liggen, wat zouden ze ook, ze zijn toch zeker Horatius niet! Die had nog de dichterlijke taal om dit soort openbare zaken te bezingen, daar is de dichtkunst eigenlijk al eeuwenlang van afgedreven.

Nasr is maatschappelijk betrokken en verontrust door wat er in deze jaren allemaal overal om ons heen gebeurd. Dat is niet zo gek, dat is te prijzen. Het levert misschien vooral gelegenheidsgedichten op, maar je kunt zeggen dat dit ook precies is wat we verwachten van onze Dichter des Vaderlands. Het vreemde vind ik echter dat hij het allemaal zo nationaal ziet, zo als een crisis die zich speciaal binnen de landsgrenzen van Nederland afspeelt. "ik leef in en land / waar de dierenvriend besluit / uit goedheid een andere mens neer te knallen" schrijft hij dan, en: "ik leef in een land / waar de vrome gelovige besluit / uit eerbied het mes in de ketter te planten". Dat zijn allebei naar mijn smaak tamelijk zouteloze beschrijvingen van wat er met Fortuyn en Van Gogh gebeurd is, maar vooral: er wordt net gedaan alsof dit alles iets vreselijk naars is van Nederland, dat speciaal ons land onderscheidt van andere landen. Dat geklaag, dat oprechte gekanker op het eigen land, is volgens mij net zo oud en belegen als het nationalisme zelf.

Ik voel me geloof ik te weinig verbonden met 'het eigen land' om me over dit soort kwesties meer op te winden dan over de Noor Breivik.

Het best is Nasr als hij dat getob over het Vaderland laat voor wat het is en durf om gewoon en alleen maar Dichter te zijn. In zijn cyclus over het schilderij De dame met de weegschaal van Vermeer bijvoorbeeld:

Enkel de bezoekers veranderen. Zij verplaatsen nu en dan de organen
staan stil in hun gesloten systeem van verf en marterharen
openen het raam, spelen luit of gitaar, lezen brieven, scheken melk
of staan bijna levendbarend in de Hollandse kamer.
Zoals deze dame.

Geen opmerkingen: